Spring naar inhoud

Dit is waarom je duizenden exotische halsbandparkieten in Rotterdam ziet

Halsbandparkieten komen oorspronkelijk uit Afrika en India. Toch vliegen er naar schatting 6.500 rond in de regio Rijnmond. De meesten zijn ooit ontsnapt uit hun kooi of bewust vrijgelaten. Elke avond verzamelen zich ongeveer duizend parkieten in de Rotterdamse Maashaven, waar veel herrie klinkt voordat ze gaan slapen. De schemer valt over de Maashaven. Op de bankjes langs het water zitten verschillende groepjes hangjongeren en -ouderen. Naast een grote bouwmarkt aan de Brielselaan staan zeven iepen op een grasheuveltje. Het gras is overspoeld met witte spikkels van de parkietenpoep en er liggen wat groene veren. Al tien jaar is dit de vaste slaapplek van zo’n duizend halsbandparkieten.

Deze vogels vliegen elke dag tot vijftien kilometer van hun slaapplek op zoek naar eten in tuinen, boomgaarden en parken, vertelt ecoloog Sander Elzerman van Bureau Stadsnatuur uit Rotterdam. “Ze eten bijvoorbeeld sierappels, maar ook steeds vaker pinda’s die mensen ophangen. ’s Nachts brengen ze dan weer hier door, maar er zijn ook slaapplekken in Schiedam, Overschie en Hendrik-Ido-Ambacht.”

Parkieteninvasie

Terwijl de zon al onder is, begint Sander te mompelen. “Ze zijn vandaag wel wat laat.” Om precies vijf uur signaleert hij de eerste knalgroene parkiet aan de andere kant van de Brielselaan. “Ze verzamelen daar in groepjes en vliegen vervolgens gezamenlijk over de weg. Zo zijn ze minder kwetsbaar. Parkieten zijn net als papegaaien enorm slimme beesten en hun acties zijn daarom heel berekenend.” Hij vertelt passievol over hoe parkieten langs hun route andere parkieten oppikken zoals kinderen via een vaste route langs hun vriendjes naar de middelbare school fietsen. “Ze moeten op weg naar hun slaapplek altijd uitkijken voor roofvogels die hen te grazen kunnen nemen. Daarom vliegen ze ook laag en vaak door de straten.”

Twintig minuten nadat de eerste parkiet zich heeft laten zien, begint de invasie waar Sander voor heeft gewaarschuwd. In alle straten van de Tarwebuurt klinkt het gekrijs van parkieten en komen er zwermen vogels over de daken gevlogen. In bomen op de dijk langs de andere kant van de weg verzamelen ze zich weer netjes in groepjes, voordat ze oversteken op zoek naar een slaapplekje in een van de bomen.

Geen negatieve gevolgen

Hoewel de natuurlijke omgeving van parkieten ver weg van Rotterdam is, leven ze al sinds de jaren zestig in Nederland, vertelt Sander. “De eerste parkieten zijn in Amsterdam en Den Haag gesignaleerd, maar Rotterdam volgde al snel. Waarschijnlijk zijn ze uit hun kooi ontsnapt of door hun baasje losgelaten.” Er zijn onderzoeken gedaan naar de negatieve gevolgen van hun aanwezigheid in Nederland, maar die lijken mee te vallen. “In het begin wordt er altijd argwanend naar exoten gekeken, omdat ze in korte tijd snel in aantal toenemen. We weten nu dat parkieten dezelfde leefomgeving hebben als andere vogels, zoals spechten en boomklevers, maar ze beïnvloeden elkaars populatie met de huidige aantallen niet negatief.

Vindingrijke vogels

Parkieten zijn tegenwoordig overal in de Randstad te vinden en de populatie groeit gestaag. Er zijn naar schatting 28.000 parkieten in Nederland, waarvan 6.500 in onze regio. De reden dat parkieten hier zo goed kunnen overleven, komt volgens Sander grotendeels door hun intelligentie. “Het maakt ze vindingrijk, waardoor ze zich weten aan te passen aan nieuwe kansen en gevaren.” Parkieten vind je buiten de Randstad nauwelijks. “Dat heeft waarschijnlijk te maken dat ze in de winter buiten de stad weinig vogelvoer vinden, zoals in tuinen wordt aangeboden. Daarnaast profiteren de vogels in de stad ook van de warmte. Ze voelen zich hier echt thuis.”

Sociale dieren

Volgens Sander zijn parkieten niet alleen slim, maar ook heel sociaal. “Het is voor hen eigenlijk onnatuurlijk om in een kooi te leven”, legt hij uit. “In het wild trekken ze overdag wel alleen op, omdat een andere parkiet een concurrent is voor het gevonden voedsel. Maar zodra de avond valt, zoeken ze elkaar altijd op.” “De vogels leren voortdurend van elkaar. Ze kijken en kopiëren gedrag”, zegt Sander. “Als een paar parkieten ineens een andere kant opvliegen, volgen anderen snel hun voorbeeld. Misschien is daar wel meer eten te vinden. Zo ontstaan uiteindelijk die enorme slaapplaatsen, doordat ze elkaar blijven volgen en opzoeken.” Rond half zes landt de laatste parkiet op een tak in de Maashaven en langzaam dooft het gekrijs van de vogels. Wat overblijft zijn wat stemmen van de mensen op de bankjes langs het water en een zacht geruis van de auto’s die over de Brielselaan rijden. Wie hier nu voorbijloopt, zou niet vermoeden dat boven hun hoofd duizend felgroene halsbandparkieten van hun nachtrust genieten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *