Spring naar inhoud

Parkieten

Tellen

Het tellen van het aantal parkieten is geen eenvoudige klus. De vogels houden zich overdag in groepjes op in stedelijk gebied, dat per definitie lastig is te overzien. Veelvuldige verplaatsingen reduceren de mogelijkheden voor goede tellingen overdag nog verder. De vogels gebruiken ’s nachts echter gemeenschappelijke slaapplaatsen, die voor hen dermate belangrijk zijn dat ze bereid zijn om grote afstanden te overbruggen. Op deze slaapplaatsen kunnen de aantallen relatief eenvoudig worden vastgesteld. In Haarlem slapen de groene papegaaien in bomen langs de Schipholweg.

Vorige maand en afgelopen weekeinde zijn de jaarlijkse simultaantellingen van halsbandparkieten weer uitgevoerd. Leden van de Vogelwerkgroep telden er in Haarlem afgelopen zondag 18 januari 788, op twee locaties dichtbij elkaar. Ook in Nieuw-Vennep is er een slaapboom, en daarin telden de vrijwilligers maandag 187 halsbandparkieten. Totaal dus 975. Dat is iets minder dan in december (993) en flink minder dan het maximum vorige winter van Haarlem en Nieuw-Vennep samen (1131).

De slaapplaats in Nieuw-Vennep was verstoord door vuurwerk, volgens omwonenden.

Grote alexanderparkiet

Als je door Amsterdam loopt, vooral in de parken, kun je bijna niet om die luidruchtige vogels heen: parkieten. De meeste mensen kennen de halsbandparkiet, want die komt in veel steden voor. Maar in Amsterdam en directe omgeving heb je ook z'n grote broertje: de grote alexanderparkiet. De eerste melding van deze soort is zo’n 25 jaar geleden gedaan. Alhoewel ze beiden groen zijn met een rode snavel, verschillen de parkieten wel van elkaar. De grote alexanderparkiet is een stuk groter dan zijn broertje. En deze grotere soort heeft roestbruine vlekken op de schouders, en heeft meer zwart in de kop en een zwaarder stemgeluid dan de halsbandparkiet. Net als de halsbandparkiet is deze grote alexanderparkiet een exoot, een niet-inheemse soort. Het is een kooivogel, oorspronkelijk uit Azië, het dier is er niet zelf gekomen, maar ontsnapt of losgelaten door de mens.

In tegenstelling tot de halsbandparkiet beperkt het leefgebied van de grote alexanderparkiet zich tot de hoofdstad, een paar uitzonderingen daargelaten. Een populatie van ongeveer 600 exemplaren kruipt daar elke avond bij elkaar in het Oosterpark, waar ze in een grote groep overnachten. Overdag struinen de vogels ook in andere delen van de stad rond, zoals in het Amsterdamse Bos waar Jourdan een groepje tegenkwam. De monniksparkiet komt overigens helemaal niet voor in Amsterdam, maar broedt enkel in Apeldoorn en Ouddorp.

Van origine komt de grote alexanderparkiet uit Azië, waar de soort voorkomt in het gebied tussen India en Vietnam. Daar bestaat z’n habitat uit laaglandloofbossen en andere beboste gebieden waaronder tuinen, mangroves en kokosplantages, in plaats van de Amsterdamse parken. Om in Nederland te kunnen overleven is het voor grote alexanderparkieten van belang om ook in de winter voldoende voedsel te kunnen vinden. Ze eten normaal gesproken zaden, bloemen, nectar, knoppen en vruchten. In de winter is zulk voedsel lastig aan te komen. Dan komt het extra vogelvoer rond de huizen van mensen deze kleurrijke tropische vogel goed van pas.