Spring naar inhoud

Gerard van Kouwen bij zijn bijenkasten

Gerard van Kouwen bij zijn bijenkasten© RTV Utrecht

De beslissing van de provincie Utrecht om te stoppen met het uitroeien van de Aziatische hoornaar, valt niet goed bij de imkervereniging in Zeist. De imkers vrezen dat het aantal nesten van de hoornaar zal exploderen en dat daardoor nog meer bijen zullen verdwijnen. Volgens de provincie worden nesten niet meer in alle gevallen weggehaald, maar gebeurt dat alleen nog in de buurt van speeltuinen, recreatiegebieden en beschermde natuurgebieden. Op andere plekken heeft de hoornaar straks vrij spel.

"Dat is slecht nieuws", reageert Gerard van Kouwen van de NBV Zeist. "Het is duidelijk dat ze ervoor hebben gekozen om niet meer actief te ruimen. Als we er niets aan doen, weten we dat er ieder jaar vier keer zoveel nesten bijkomen. We weten ook wel dat je het niet kan tegenhouden, maar je kunt wel proberen het beheersbaar te houden."

Hoornaars wachten de bijen op

Het beheersbaar houden van het insect is namelijk van groot belang om de bijenpopulaties in stand te houden. Van Kouwen: "Ongeveer één nest hoornaars consumeert 12 tot 13 kilo insecten. Ongeveer de helft ervan zijn bijen, en de andere helft zijn vlinders, libellen, andere insecten Ze pakken wat ze pakken kunnen. En dat is natuurlijk voor de biodiversiteit een probleem."

Hij weet er alles van, want ook de bijen van Van Kouwen zijn het slachtoffer van het insect. "Wij kunnen zeggen dat ongeveer de helft van de volken door de hoornaar is weggevaagd. Imkers die twee volken hadden, die hebben geen volken meer. Die zijn opgegeten door de hoornaar." De hoornaars wachten de bijen op. Ze vliegen voor de bijenkasten en als er een bij uitkomt, grijpen ze die. "Ze knippen de kop eraf en nemen het lichaam mee naar hun nest. Ze zijn heel erg wild", aldus de imker.

Uitroeien geen doel

Van Kouwen zegt dat het uitroeien van de hoornaar niet het doel is. Maar niets doen is ook geen optie, vindt hij. "Maar we moeten het nu echt aanpakken. Anders krijgen we het niet meer teruggeduwd. Uitroeien is nooit onze insteek geweest, omdat we zien dat het niet werkt." Bij de vereniging zijn ze ook teleurgesteld. Nu zijn vrijwilligers heel actief in het melden van de nesten. "Al het voorwerk deden wij." Stoppen met het melden doen ze dan ook niet. "Wij gaan door en gelukkig is er, zeker ook in Zeist, goede samenwerking met gemeenten. Om te zorgen dat we zoveel mogelijk die hoornaar opsporen."

Wetenschappers slaan alarm over de komst van twee nieuwe invasieve insectensoorten in Spanje. Het gaat om twee grote Aziatische bidsprinkhanen die volgens experts een risico kunnen vormen voor de biodiversiteit in Spanje.

De soorten, Hierodula tenuidentata en Hierodula patellifera, zijn aanzienlijk groter dan de bidsprinkhanen die normaal in Spanje voorkomen. Ze zijn niet alleen groter, maar ook veel agressievere roofdieren. Daardoor kunnen ze een sterke invloed hebben op het lokale ecosysteem.

Volgens onderzoekers kunnen deze reuzenbidsprinkhanen (Spaans: mantis) een breed scala aan prooien vangen. Naast insecten kunnen ze ook kleine reptielen en zelfs kleine vogels aanvallen. Door hun grootte en jachttechniek hebben ze een voordeel ten opzichte van veel inheemse soorten.

Een ander probleem is hun snelle voortplanting. Deze Aziatische soorten kunnen zich veel sneller vermenigvuldigen dan de bidsprinkhanen die van nature in Spanje leven. Daardoor kunnen hun populaties zich snel uitbreiden zodra ze zich ergens vestigen.

Experts denken dat de insecten via internationale handel en transport in Europa zijn terechtgekomen. Ze worden vaak onbedoeld meegevoerd met goederen of planten uit Azië. In verschillende Europese landen zijn ze de afgelopen jaren al waargenomen.

In Spanje zijn de soorten inmiddels ook gesignaleerd en wetenschappers verwachten dat ze zich verder zullen verspreiden. Dat kan gevolgen hebben voor het natuurlijke evenwicht, omdat invasieve soorten vaak inheemse dieren verdringen of hun voedselbronnen verminderen.

Onderzoekers volgen de situatie daarom nauwlettend. Zij waarschuwen dat het belangrijk is om nieuwe waarnemingen snel te melden, zodat de verspreiding van deze opvallend grote bidsprinkhanen beter in kaart kan worden gebracht.