Spring naar inhoud

Rupsje van de Aziatische pedaalmot
Rupsje van de Aziatische pedaalmot (Bron: Carina Steenwinkel)

Match in de databank...

In 2019 werd een soortgelijke vlinder gevonden in de regio Parijs en omdat DNA-barcoding inmiddels populair was geworden, werd de barcode geanalyseerd en vergeleken met gegevens in de wereldwijde barcodedatabase BOLD. Dit leidde tot een match met Canadese exemplaren uit Vancouver die waren geïdentificeerd als de Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella. De Franse vinders registreerden deze soort daarom als nieuw voor Europa.

Zelfs als je ze zo naast elkaar ziet, is het moeilijk. A: Argyresthia sabinae, Canada. B. Argyresthia sabinae, China. C. Europese Argyresthia reticulata. D. Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella
Zelfs als je ze zo naast elkaar ziet, is het moeilijk. A: Argyresthia sabinae, Canada. B. Argyresthia sabinae, China. C. Europese Argyresthia reticulata. D. Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella (Bron: Jean-François Landry, Liu Tengteng, FinBOL)

...maar de databank zat fout

Toen Naturalis-onderzoeker Erik van Nieukerken foto's van de Canadese soort vergeleek met die van het holotype van A. freyella, zag hij echter grote verschillen in de uiterlijke kenmerken. Terwijl het type van A. freyella een duidelijke zwarte stip in de voorvleugeltip en een wit borststuk heeft (zie foto hierboven), hebben de exemplaren uit Vancouver geen van beide kenmerken. Ze konden dus geen A. freyella zijn en de exemplaren uit BOLD moesten verkeerd gedetermineerd zijn. Dit werd bij navraag bevestigd door de verzamelaar ervan, die alleen maar een voorlopige identificatie van deze exemplaren had gemaakt. Taxonomische expertise blijft dus onmisbaar in de tijd van barcodes voor soortherkenning!

Jeneverbessen

Terug naar de Nederlands-Franse pedaalmotten. Onze soort kan ook niet A. reticulata zijn – dat hadden de Franse onderzoekers dan weer wel goed in de gaten, op basis van grootte van de vlinder en de geslachtsorganen. Dit kan ook worden afgeleid uit de levenscyclus. De invasieve soort is een mineerder van Thuja en Juniperus, terwijl A. reticulata zich voedt met de bessen van Juniperus.

A. reticulata, gefotografeerd in Zwitserland
A. reticulata, gefotografeerd in Zwitserland (Bron: Microlepidoptera.nl)

Ondertussen werden ook de DNA-barcodes van exemplaren uit België en Nederland geanalyseerd, en deze komen overeen met de barcodes van de exemplaren uit Parijs en Vancouver. Het belang van de wereldwijde database van DNA-barcodes bleek vervolgens uit de bijna-match met enkele exemplaren uit China, Shandong. Die werden geanalyseerd door onderzoeker Liu Tengteng van de Shandong Normal University, die in zijn onderzoek naar pedaalmotten tot dan toe deze exemplaren niet definitief had kunnen determineren. Deze pedaalmotten werden gekweekt uit Platycladus orientalis en Juniperus chinensis.

Dus…

Op basis van morfologisch onderzoek hebben we vastgesteld dat de invasieve soort Argyresthia sabinae is, beschreven uit Japan, waar hij werd aangetroffen op Juniperus procumbens. 

Een wetenschappelijke publicatie over de verschillende pedaalmotten op drie continenten is in de maak. Maar aangezien we een naam nodig hadden voor deze soort voor een binnenkort te verschijnen boek over Nederlandse motten, en we niet willen dat de verkeerde namen blijvend worden gebruikt, presenteren we hier onze voorlopige conclusie over de identiteit. Als Nederlandse naam gebruiken we 'Aziatische pedaalmot' en niet langer de oude naam 'zuidelijke pedaalmot'.

De Aziatische pedaalmot leeft als larve in coniferenDe Aziatische pedaalmot leeft als larve in coniferen (Bron: Erik van Nieukerken)

Verspreiding en levenscyclus van Argyresthia sabinae

We hebben nu positieve waarnemingen met DNA-barcodegegevens uit Nederland, België, Frankrijk, Canada en Japan. De soort komt vooral veel voor in België en minder in Nederland. Voorlopig beschouwen we ook de Chinese exemplaren als behorend tot deze soort. De soort voedt zich blijkbaar met een aantal coniferen uit de cipressenfamilie: kruipjeneverbes (Juniperus procumbens) in Japan, Juniperus spec. in Belgie, Chinese jeneverbes (Juniperus chinensis) in China, oosterse levensboom (Platycladus orientalis) in China en westerse levensboom (Thuja occidentalis) in Nederland. De rups maakt in de winter mijnen in de naalden of bladeren, en verlaat de mijn tussen januari en maart om zich te verpoppen in een cocon op de plant of op de grond. De vlinders komen tevoorschijn van maart tot april – in de natuur werden ze gevonden van eind april tot half juni.

Waarschijnlijk heeft deze soort zich verspreid met zijn waardplanten, die op grote schaal over de hele wereld worden verscheept. Dit kan in de vorm van eitjes, larven of cocons zijn gebeurd. De soort heeft nergens voor problemen gezorgd en lijkt niet in hoge dichtheden voor te komen.

Meer informatie

Tekst: Erik J. van Nieukerken, Naturalis Biodiversity Center; Jean-François Landry, Canadian National Insect Collection; Liu Tengteng, Shandong Normal University; Sadahisa Yagi, Kyushu University; Tymo Muus, Microlepidoptera.nl
Met bijdragen van Nick Peeters, Dave Holden en Carina van Steenwinkel
Beeld: Jan Soors (leadfoto: Argyresthia sabinae); Carina Steenwinkel; Jean-François Landry; Liu Tengteng; FinBOL; Microlepidoptera.nl; Erik van Nieukerken

De klimaatcrisis geeft ons niet alleen hittegolven, plensbuien en droogte, ook tropische ziektes steken de kop op. Een nieuwe studie laat zien dat het beruchte chikungunyavirus, bekend om zijn heftige gewrichtspijn, inmiddels in het grootste deel van Europa kan worden overgedragen door muggen. De Engelse onderzoekers noemen de uitkomsten “ronduit schokkend”.

Chikungunya werd voor het eerst vastgesteld in Tanzania in 1952 en bleef lange tijd een ver-van-mijn-bed-show voor Europeanen. Elk jaar raakten miljoenen mensen besmet, maar alleen in tropische gebieden. Het is een nare ziekte, die zware en langdurige gewrichtsklachten veroorzaakt. Ondraaglijke pijnen kunnen ervoor zorgen dat patiënten maanden tot jaren uitgeschakeld zijn. Voor jonge kinderen en ouderen kan de infectie zelfs fataal aflopen.

Schokkende schattingen

Maar nu klopt het virus ook bij ons op de deur. Door klimaatopwarming is besmetting via muggen nu meer dan zes maanden per jaar mogelijk in landen als Spanje, Portugal, Italië en Griekenland. Zelfs in onze streken kan besmetting tegenwoordig al zo’n twee maanden per jaar optreden. Daarvoor hoef je niet op reis geweest te zijn. En als de opwarming doorzet, schuift het risicogebied onvermijdelijk verder op naar het noorden. “Europa warmt ongeveer twee keer zo snel op als het wereldgemiddelde”, zegt hoofdonderzoeker Sandeep Tegar van het UK Centre for Ecology and Hydrology in The Guardian. Hij denkt dat de exotische muggen binnenkort in liefst 29 Europese landen toe kunnen slaan. “De ondergrens van de temperatuur waarbij het virus zich kan verspreiden blijkt veel lager dan gedacht. Onze nieuwe schattingen zijn dan ook ronduit schokkend.”

Tijgermug

Centraal in het verhaal staat de Aziatische tijgermug, een agressieve dagbijter die zich de afgelopen decennia in Europa heeft gevestigd. Deze invasieve soort rukt steeds verder op naar het noorden. In Nederland wordt de mug al sinds 2005 gesignaleerd. Hij komt hier steeds vaker voor, vaak geïmporteerd via planten (lucky bamboo) of tweedehands autobanden. Je kunt ze herkennen aan hun kleine formaat, zwarte kleur met een witte streep op de rug en kop en witgeblokte achterpoten. De NVWA bestrijdt de mug actief om permanente vestiging te voorkomen.

Incubatietijd

Voor de nieuwe studie zijn gegevens uit 49 eerdere onderzoeken geanalyseerd. Voor het eerst werd over het volledige temperatuurbereik bepaald hoe lang het virus nodig heeft om zich in de mug te ontwikkelen. Het draait allemaal om deze incubatietijd. Wanneer een mug een besmet persoon steekt, komt het virus in de darm van het insect terecht. Pas na een bepaalde incubatieperiode bereikt het virus het speeksel van de mug en kan ze een volgende persoon infecteren. Duurt die incubatie langer dan het leven van de mug, dan dooft de besmettingsketen uit. De onderzoekers ontdekten dat overdracht al mogelijk is bij 13 tot 14 graden Celsius. Eerdere, minder nauwkeurige schattingen gingen uit van 16 tot 18 graden. Een verschil van 2,5 graad lijkt klein, maar vergroot het risicogebied enorm.

Exponentiële groei

De gevolgen zijn nu al zichtbaar. De afgelopen jaren werden in meer dan tien Europese landen besmettingen gemeld. In 2025 waren er in Frankrijk en Italië zelfs uitbraken met honderden gevallen. “Twintig jaar geleden had iedereen je voor gek verklaard als je zei dat chikungunya en dengue in Europa zouden opduiken”, zegt onderzoeker Steven White. “Het zijn tropische ziekten. Maar alles is veranderd. Dit komt door die uitheemse mug in combinatie met klimaatverandering, zo simpel is het.”

Hij wijst op de snelle toename in Frankrijk: “Tot vorig jaar waren er in tien jaar tijd zo’n dertig gevallen geregistreerd. Alleen al vorig jaar waren het er meer dan achthonderd.” De meeste uitbraken beginnen wanneer reizigers het virus meenemen uit tropische gebieden, zoals Réunion, waarna lokale tijgermuggen het verder verspreiden.

Volgens Diana Rojas Alvarez van de Wereldgezondheidsorganisatie staat chikungunya bekend om zijn verwoestende werking: tot 40 procent van de patiënten kampt vijf jaar later nog met artritis of hevige pijn. “Het klimaat speelt hierin een enorme rol”, zegt ze. “Maar er is nog tijd. Europa heeft nog steeds de kans om verdere verspreiding van deze muggen tegen te gaan.”

Wat kunnen we doen?

Er bestaan vaccins, maar die zijn kostbaar. Het beste is om muggenbeten zo veel mogelijk te voorkomen: draag lange, lichtgekleurde kleding, gebruik insectenwerend middel en haal stilstaand water weg rondom je woning. Dat is namelijk de perfecte broedplaats voor muggen. Ook moeten gezondheidsautoriteiten waakzaam zijn en inzetten op goede monitoring. Koude winters fungeerden altijd als natuurlijke brandgang. Uitbraken doofden automatisch uit. Maar in Zuid-Europa zien wetenschappers inmiddels het hele jaar door activiteit van tijgermuggen. “Het kan bijna niet anders dan dat we veel grotere uitbraken gaan zien”, waarschuwt White. “Uit onze data blijkt dat die natuurlijke onderbreking in de winter verdwijnt.”