Spring naar inhoud

Niet in Blijdorp, maar 'shoppend' tussen de karren met afval in een winkelcentrum. Een inmiddels dode wasbeer is het gesprek van de dag in Dordrecht. Een dier met een verhaal, en wat het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam betreft zou de wasbeer perfect passen in de tentoonstelling over dode dieren. Het verhaal van de wasbeer begint maandagavond. In winkelcentrum Maasplaza scharrelt hij aan de achterkant van een laad- en losplek tussen het afval. Zo knabbelt hij aan een stuk karton en sleurt hij een plastic tasje mee in zijn bek. Winkelmedewerkers schakelen een gespecialiseerde verwijderaar in, alleen lijkt de wasbeer ervaring te hebben in het ontlopen van wasbeerverwijderaars. Na een paar uur geeft het dier zich dan toch gewonnen. De wasbeer wordt afgemaakt en ingevroren.

Boevenmasker

Lokale partijen slaan aan op het nieuws over de wasbeer, die bekendstaat om zijn guitige boevenmasker en gestreepte staart. RTV Dordrecht schrijft dat de SP, de Partij voor de Dieren en Pro Dordrecht vragen stellen als: "Er zijn in Nederland toch tal van opvangcentra die wasberen mogen opvangen?" en "Vindt het college het afmaken in plaats van opvangen van de wasbeer in deze situatie een goede keuze?". In de ogen van Pim Lemmers, ecoloog van de Zoogdiervereniging en betrokken bij het wasberenmeldpunt, was het afmaken van het dier de beste keuze. "Die wasbeer is een invasieve exoot en staat vermeld op de Unielijst invasieve exoten. Dat is een Europese zwarte lijst."

'Tot op zekere hoogte gevaarlijk'

In het radioprogramma Afslag Rijnmond legt Lemmers uit dat Nederland de plicht heeft om iets te doen met diersoorten die op de Unielijst staan. "Voor de wasbeer geldt als die wordt gesignaleerd, dan moeten ze ook worden verwijderd." Volgens Lemmers moeten we sowieso voorkomen dat de wasbeer zich hier vestigt. "Voor ons als mens is het tot op zekere hoogte gevaarlijk, want de wasbeer kan een spoelworm dragen en van die eitjes kunnen we enorm ziek worden. Het komt zelden voor, maar het kan wel. Die wasbeer kan dus een flinke impact hebben op met name amfibieën en inheemse fauna." Maar is er dan geen andere oplossing dan het dier af te maken? "In Limburg zijn ze al langer bezig met het opvangen van wasberen. De eerste vijftig gingen naar een opvang, maar die zat zo snel vol dat het geen goede leefomstandigheden meer waren. Dit was de beste route voor zo'n beest."

Het verhaal van de wasbeer

Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam ziet een goed verhaal in het dode dier. Conservator Bram Langeveld wil de wasbeer toevoegen aan de tentoonstelling Dode dieren met een verhaal. "Dit is wel weer een heel treffend voorbeeld van hoe mens en dier in botsing kunnen komen en hoeveel aandacht het genereert. Mensen zijn er heel erg mee bezig en dat is precies waar we naar zoeken." Een extra pluspunt voor het verhaal is de regiolink. "Dit is ons speelgebied en dat helpt mee", vertelt Langeveld. "Het was natuurlijk een opzienbarend bericht. Voor veel mensen zal het wellicht sowieso nog een verrassing zijn dat er wasberen in Nederland leven. Behalve in een dierentuin heb ik zelf ook nog nooit een wasbeer in het wild gezien." Langeveld heeft inmiddels contact gelegd met het RIVM, omdat het dier daar eerst naartoe moet voor onderzoek. "Als dat is afgerond en er geen verontrustende zaken uitkomen is de kans groot dat wij hem krijgen. Daar gaat serieus nog wel maanden overheen."

Tientallen miljoenen rode kreeften zwemmen in de Nederlandse sloten. Ze vormen een plaag en de natuur lijdt er flink onder. Zo erg dat het leven uit sloten verdwijnt. Als ingrijpen uitblijft, worden sloten in West-Nederland "een decor zonder spelers". Bezorgd kijkt René Garskamp over een sloot in het kleine Utrechtse natuurgebied Sonsbrug. Hij is boswachter voor zowel het Zuid-Hollands Landschap als het Utrechts Landschap. De sloot waar hij over kijkt is leeg, zoals je op de foto hieronder kunt zien. Er is alleen een modderige bodem te zien. "Het wordt een decor zonder spelers", zegt hij.

Beeld: Job van der Plicht

Op het oog is het alsof dat decor een prachtige oud-Hollandse ansichtkaart is: hooilanden vol bloemen en een rij knotwilgen langs de sloot. Maar in die sloot is het stil. Er zwemmen geen vissen, salamanders of waterinsecten. Ook ontbreekt het geluid van kikkers. Tot een jaar of vijf geleden zat de sloot nog vol leven. De sloot zou nu dichtgegroeid moeten zijn met waterplanten. Er zouden snoeren van paddeneitjes aan vast moeten zitten en waterinsecten, vissen, kikkers en salamanders zouden in de sloot moeten leven. Maar de sloot is leeg. "Er groeien alleen nog maar algen", vertelt Garskamp somber. De dader is dus de Amerikaanse rivierkreeft. De kreeften zijn massaal aanwezig in de waterrijke delen van Nederland. "En ze vreten alles op", zegt Garskamp. "Ik maak me echt grote zorgen."

Kreeften knippen en graven veel kapot

Garskamp is niet de enige. Vooral in het westen van Nederland zitten natuurbeheerders en waterschappen met de kreeften in de maag. Het gaat om verschillende soorten kreeften uit Noord-Amerika, die vaak op een hoop worden geveegd tot rode Amerikaanse rivierkreeft. Enkele decennia geleden werden ze voor het eerst in de natuur gezien, waarschijnlijk doordat ze zijn ontsnapt of uitgezet. De kreeften konden zich massaal verspreiden, doordat ze in eerste instantie geen natuurlijke vijanden kenden en tot wel zeshonderd jonge kreeftjes per keer kunnen krijgen. Exacte cijfers zijn er niet, maar naar schatting gaat het inmiddels om tientallen miljoenen kreeften, verspreid over de waterrijke delen van Nederland.

Met hun gewoel en gegraaf maken ze heldere sloten troebel. Veel diersoorten kunnen daardoor niet overleven. Als ze al niet opgegeten worden door de kreeften. Want de Amerikaanse rivierkreeft eet zo ongeveer alles wat op zijn pad komt. Visjes, eitjes van kikkers, padden en salamanders en ze knippen waterplanten stuk. Krabbenscheer is bijvoorbeeld een van de waterplanten die verdwijnen door het geknip van de kreeften.

De plant had het al moeilijk door water dat niet overal even schoon is. Verschillende libellensoorten zijn dan weer afhankelijk van krabbenscheer. En de kreeften graven ook nog eens holletjes in de oevers van sloten, die daardoor instabiel worden, zoals je op onderstaande foto ziet.

Beeld: Zuid-Hollands Landschap

Onenigheid over betalen van rekening

Waterschappen maken zich daarom al langer grote zorgen over de aanwezigheid van de kreeften. Inmiddels kun je weleens een meeuw, fuut of reiger zien die een Amerikaanse rivierkreeft eet. Maar het zijn er zoveel dat er voor andere dieren niet tegenop te eten is. Verschillende waterschappen zijn pilots gestart om te kijken wat de effectiefste manier is om de kreeften te vangen. Maar een centrale aanpak is er niet.

Bovendien is de vraag wie het vangen moet betalen. Het Hoogheemraadschap van Delfland is dit jaar begonnen met het vangen van de Amerikaanse rivierkreeft op uiteindelijk 170 plekken. Dat kost 13 miljoen euro. Het hoogheemraadschap vindt dat het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat bedrag moet betalen, maar daar zijn ze het in Den Haag niet mee eens. "We moedigen grootschalig vangen aan, maar de kosten ervan liggen bij het waterschap", zegt een woordvoerder.

Beeld: Zuid-Hollands Landschap/Ruben Ariaans

'Zorgen over voortbestaan padden en salamanders'

De discussie over wie het kreeftenprobleem moet oppakken speelt al langer. Voor de zomer hoopt het ministerie met een plan te komen waarin de verantwoordelijkheden duidelijker verdeeld zijn. Daarnaast moeten nieuwe regels het makkelijker maken om de kreeften te vangen. Nu mogen alleen professionele vissers de kreeften vangen. Medewerkers van waterschappen mogen dat alleen met een ontheffing. Dat betekent dat als bijvoorbeeld muskusrattenvangers ook kreeften vangen, ze de kreeften weer vrij moeten laten. Nieuwe regels moeten die voorwaarden versoepelen.

Boswachter Garskamp vindt dat het daar hoog tijd voor wordt. "We zijn al veel te laat. Ik maak me grote zorgen over het voortbestaan van de gewone pad, heikikker en kamsalamander. Dat zijn soorten die karakteristiek zijn voor het Nederlandse landschap." Omdat er al zoveel Amerikaanse rivierkreeften zijn en omdat ze zich snel vermenigvuldigen, is uitroeien een lastige klus. "We moeten vangen, vangen, vangen. Als we hoeveelheid eerst eens terugbrengen, dan stort zo'n populatie in", zegt Garskamp. Of het uiteindelijk lukt alle kreeften uit de sloot te vissen is de vraag. "Maar er moet in ieder geval een wil zijn. Ik heb het idee dat die nu ontbreekt."