Spring naar inhoud

De gehate suzuki-fruitvlieg heeft een nieuwe natuurlijke vijand in Nederland. Een Aziatische sluipwesp heeft zich hier gevestigd en helpt daarmee de fruitvlieg te bestrijden. Dat blijkt uit onderzoek van de Wageningen University & Research (WUR). Het gaat om de soort Leptopilina japonica. Die wesp legt haar eitjes in jonge larven van de suzuki-fruitvlieg en die overleeft dat niet. De WUR onderzocht afgelopen zomer 35 locaties in zeven provincies. Op 24 locaties werden de wespen van zo'n 1,5 millimeter gevonden. "Het is toch een verrassende vondst, in de zin dat we heel veel van deze sluipwespen hebben gevonden in Nederland. Dat is een teken dat hij zich hier goed thuisvoelt", zegt Herman Helsen, entomoloog van de Wageningen Universiteit.

Grote schade

Bijzonder aan de sluipwesp is dat de soort zich vrijwel alleen richt op de suzuki-fruitvlieg. Deze soort fruitvlieg legt haar eitjes in rijpend fruit dat nog aan de struik of boom hangt. "Uit een eitje onder de schil komt een larve en die vreet zich een weg door de vrucht. Die vrucht rot en is onverkoopbaar. Dat is een grote schadepost voor telers." Sinds de komst van deze fruitvlieg naar Europa heeft de soort al grote schade veroorzaakt bij telers van kersen, frambozen, bessen en ander zacht fruit. Andere soorten fruitvliegjes leggen hun eitjes voornamelijk in rottend fruit op de grond. Daardoor zorgen zij niet voor veel schade in de teelt van verschillende soorten zacht fruit.

Komst 'een cadeautje'

"Deze sluipwesp weet heel goed de jonge larven van de suzuki-fruitvlieg in de vruchten aan de bomen te vinden. Hij legt een eitje in de larve van de suzuki-fruitvlieg. Op die manier groeit er uit de larve geen nieuwe generatie fruitvliegen, maar een nieuwe generatie sluipwespen." Dat voorkomt dus dat er nieuwe fruitvliegjes ontstaan die nog meer fruit aan de boom aantasten. De onderzoekers vermoeden dat de sluipwesp op precies dezelfde manier als de fruitvliegjes naar Nederland is gekomen. Ze komen mee als verstekeling in fruit dat aan Nederland verkocht is.

Helsen ziet de komst van deze soort als cadeautje, omdat ze zelf hiernaartoe zijn gekomen en heel effectief zijn in het bestrijden van de gehate suzuki-fruitvlieg. Ook kwekers zijn blij, zegt hij. Onderzoekers verwachten niet dat de komst van de Leptopilina japonica in ons land tot problemen zal leiden.

De rivierkreeft wordt steeds een groter probleem voor de natuur.

Dat de Amerikaanse rivierkreeft een gevaar vormt voor de natuur was al duidelijk, maar de aantallen lopen uit de hand. Dat vindt in navolging van Hoogheemraadschap van Delfland nu ook Zuid-Hollands Landschap, een organisatie die zich inzet voor natuurbehoud. Daarom moet er een vanuit de politiek stevig plan komen om de hoeveelheid kreeften terug te dringen. Rivierkreeften knippen waterplanten weg en woelen de bodem om. Dat zorgt voor slib in het water, wat licht wegneemt en een slechte omgeving creëert voor waterplanten. Die juist hard nodig zijn voor een gezonde biodiversiteit van het water. Een voorbeeld van een waterplant die aan het verdwijnen is, is de krabbescheer. Wat weer gevolgen heeft voor de groene glazenmaker, een zeldzame libel die eitjes afzet in de planten. De krabbescheer is ook een broedplek voor zwarte sterns. Ook graven de kreeften gangen en holen in de oevers, waardoor de slootkant instabiel wordt. Delen zakken in en randen brokkelen af, waardoor onderhoud ingewikkelder en duurder wordt.

Rivierkreeften vangen werkt, maar het gebeurt nog niet op grote schaal.

Om de overlast van de kreeften te beperken, zijn er hier en daar wat kleine projecten om het aantal beestjes terug te dringen. Dat is niet genoeg, waarschuwt het Zuid-Hollands Landschap. 'Het is een systeemprobleem dat je niet met een paar projecten of een tijdelijke impuls oplost: waterkwaliteit, biodiversiteit, oeverstabiliteit, beheerlast en kosten grijpen in elkaar', aldus Jos Bisschops, directeur van de organisatie. 'Een integrale aanpak is noodzakelijk: effectief en verantwoord terugdringen van rivierkreeften, herstel van waterplanten en leefgebied, en watersystemen weerbaar maken, met langdurige monitoring en beheer.'

Hoe is de rivierkreeft in Nederland gekomen?

In de jaren zeventig werden er veel Amerikaanse rivierkreeftjes naar Nederland gehaald, ter 'versiering' van aquaria en siervijvers. De waterdieren zijn goede klimmers en kunnen dus makkelijk ontsnappen. En was er dus kans om zich te vermenigvuldigen. En omdat het klimaat steeds milder wordt (daar gedijen de uit Amerika afkomstige kreeften goed bij) en ze weinig natuurlijke vijanden hebben, leven er nu miljoenen rivierkreeften in ons land. Bij zo'n integrale aanpak is de Tweede Kamer nodig, want die kan ervoor zorgen dat er landelijk beleid komt. In zijn brandbrief roept Bisschops op tot aanpassing van wet- en regelgeving, zodat er op grotere schaal effectiever kan worden gevangen.

Om dat mogelijk te maken is er ook structureel budget nodig, plus geld voor herstel van natuur en preventie. 'Dit maakt monitoring, langdurig beheer en maatregelen als natuurvriendelijke oevers mogelijk.' Ook roept Bisschops op tot 'een samenhangende aanpak met duidelijke doelen en samenwerking tussen overheden, terreinbeheerders en waterbeheerders; niet versnipperd per plek'.

'Nu zijn we nog op tijd'

De oproep wordt ondersteund door Hoogheemraadschap van Delfland, LTO Noord, Utrechts Landschap en Landschap Noord-Holland. Ook is er een petitie gestart. De verzamelde handtekeningen worden aangeboden aan Tweede Kamerleden. 'Nú zijn we nog op tijd om schade aan onze oevers en waterkwaliteit te herstellen en het leven in onze wateren terug te brengen', aldus Bisschops. 'Als we te lang wachten zijn herstelkosten verveelvoudigd en zullen we permanent verlies van soorten moeten accepteren.'

Wat wordt er nu al gedaan?

Hoogheemraadschap van Delfland start in het voorjaar met het vangen van kreeften in tien natte ecologische zones. Hierbij vangt een visser met fuiken en korven de rivierkreeften uit het water. Dit wordt nu al op kleinere schaal gedaan. De afgelopen jaar is daarmee 80 procent van de kreeften gevangen. Het plan is om dit nu in 2027 op grote schaal te doen, op zo'n 170 locaties. Ook in omgeving Leiden is zo'n proef gedaan. Hierbij werden de oevers 'natuurvriendelijk' ingericht, door de oevers flauw te laten aflopen. Hierdoor kunnen planten makkelijker groeien en de kreeften minder makkelijk graven.