Spring naar inhoud

Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) wil voorkomen dat schadelijke planten en dieren Nederland binnenkomen, zich vestigen of verder verspreiden. Daarom zet het ministerie met het zogenoemde landelijk aanvalsplan invasieve exoten in op het voorkomen van en vroege eliminatie van invasieve exoten. Dat zijn soorten en planten die hier niet thuishoren en de natuur en biodiversiteit verstoren. Omdat het om uiteenlopende soorten en routes gaat, kiest LVVN voor een maatwerkaanpak met gerichte maatregelen zoals: handelsverboden, betere monitoring, innovatieve opsporing, afspraken met terreinbeheerders en het geven van voorlichting samen met medeoverheden en sectorpartijen.

Biodiversiteit onder druk

De biodiversiteit in Nederland staat onder druk. Invasieve exoten zijn een van de oorzaken hiervan. Wereldwijd is 60% van het uitsterven van planten en diersoorten mede toe te schrijven aan invasieve exoten en 16% van het uitsterven is zelfs volledig aan invasieve exoten toe te schrijven. Het is daarom van groot belang om de negatieve trend van invasieve exoten op onze ecosystemen zoveel mogelijk te beperken. Het landelijk aanvalsplan invasieve exoten van LVVN bevat voorstellen voor de doorontwikkeling van de Nederlandse exotenaanpak. Het beschrijft hoe de aanpak vanuit het natuurbeleid op dit moment is georganiseerd (binnen Nederland en in Europees verband), welke acties genomen kunnen worden om de aanpak te versterken en welke financiële consequenties daaraan verbonden zijn. Hiermee draagt het plan bij aan natuurherstel.

Preventie

De nadruk van het aanvalsplan ligt bij het verstevigen van de preventie en vroege eliminatie: het treffen van voorzorgsmaatregelen zodat invasieve exoten Nederland niet binnenkomen, zich niet kunnen vestigen en niet verder verspreiden. Niet alleen omdat preventie de meest kosteneffectieve manier is om schade door invasieve exoten te voorkomen; het is soms zelfs de énige optie omdat voor sommige soorten of milieus (nog) geen effectieve of efficiënte bestrijdingsmaatregelen bestaan.

Omdat invasieve exoten op uiteenlopende manieren Nederland binnenkomen, vraagt preventie om maatwerk. Dat betekent bijvoorbeeld: verkenning van een mogelijk nationaal handelsverbod op typisch ‘Nederlandse’ invasieve exoten, zoals gele bieslelie, termieten en overlast gevende mieren zoals het Mediterraan draaigatje en de plaagmier. Daarbij wordt gekeken of er een handelsverbod voor specifieke risicosoorten of hele soortgroepen kan worden getroffen.

Landelijke afspraken

In het aanvalsplan zijn ook de landelijke afspraken opgenomen die het ministerie van LVVN en de provincies hebben gemaakt over prioritering en de aanpak van invasieve exoten, met daarbij de ambities per soort en een financieringsopgave voor de komende 4 jaar. Provincies hebben eind 2024 een ambitiedocument invasieve uitheemse soorten aan LVVN aangeboden.

Verspreiding en oorzaken

We zien dat exoten op verschillende manieren in ons land terecht kunnen komen. Bijvoorbeeld door de wereldwijde handel in (uitheemse) planten en dieren of het meeliften in verpakkingshout, containers, boten of vrachtwagens die goederen vervoeren. Ook nemen vakantiegangers exotische planten, vruchten of dieren mee naar huis. In het verleden zijn uitheemse soorten vaak bewust hierheen gehaald. Denk hierbij bijvoorbeeld aan huisdieren en sierplanten.

Bij de voorjaarsbesluitvorming 2025 heeft LVVN middelen vrijgemaakt om een eerste start te maken ten behoeve van het aanvalsplan. Met het vrijgemaakte budget heeft LVVN prioriteiten gesteld binnen de provinciale opgave, zodat direct kan worden begonnen met de maatregelen uit het aanvalsplan. Besluitvorming over een vervolg, dat wil zeggen de aanpak van wijdverspreide soorten, is aan een nieuw kabinet.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Een bijzonder fenomeen was onlangs te zien op de grens van Haarlem en Schalkwijk. Tientallen halsbandparkieten zaten geplakt tegen de muur van een verzorgingshuis langs de Schipholweg. Fotograaf Toussaint Kluiters, die er vlakbij woont, aarzelde geen moment en maakte met zijn mobieltje een foto. ,,Het was een vrij koude ochtend; ik heb de foto ’s morgens om 08.55 uur genomen’’, blikt hij terug. ,,Ik dacht: misschien hebben ze het koud en warmen ze zich een beetje aan de muur.’’

Op zich een logische gedachte, want halsbandparkieten zijn vogels die van oorsprong leven in India en centraal-Afrika. In Nederland gaat het om ontsnapte en losgelaten kooivogels die verwilderd zijn. Ze worden gerekend tot de zogeheten invasieve exoten. In Nederland leven er nu naar schatting zo’n 25.000 exemplaren, voornamelijk in en rond grote steden als Amsterdam, Den Haag, Leiden en Haarlem.

Terug naar het fenomeen op de muur. Hebben ze het koud in de wintermaanden? ,,Neen, daar kunnen ze goed tegen’’, vertelt vogelkenner Johan Stuart van de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland. Stuart houdt met een groep vrijwilligers de aantallen parkieten nauwgezet bij. Jaarlijks worden ze geteld, daarover zo meer.

Cementkorreltjes

Eerst leggen we hem de foto voor. Stuart komt met een verrassende uitleg. ,,Ze zijn daar niet voor de warmte, maar om korreltjes cement uit de voegen te halen. Het is een fenomeen dat vaker wordt gezien.’’ Hij verwijst naar een grappig filmpje op de site van het programma Vroege Vogels, gemaakt in Leiderdorp. ,,De halsbandparkieten gebruiken de cementkorreltjes vermoedelijk voor het fijnmalen van zaden in de maag.’’

Het is dus niet zo dat de tropische vogels het koud hebben, hoewel ze met hun vleesachtige pootjes wel last kunnen hebben van vorst. Bij extreme koude brengen ze de nachten vermoedelijk door in de holen waarin ze in het voorjaar ook broeden, zegt Stuart. Halsbandparkieten zijn net als spechten en kauwtjes holenbroeders.

Niet eenvoudig

Het tellen van het aantal parkieten is geen eenvoudige klus. De vogels houden zich overdag in groepjes op in stedelijk gebied, dat per definitie lastig is te overzien. Veelvuldige verplaatsingen reduceren de mogelijkheden voor goede tellingen overdag nog verder. De vogels gebruiken ’s nachts echter gemeenschappelijke slaapplaatsen, die voor hen dermate belangrijk zijn dat ze bereid zijn om grote afstanden te overbruggen. Op deze slaapplaatsen kunnen de aantallen relatief eenvoudig worden vastgesteld. In Haarlem slapen de groene papegaaien in bomen langs de Schipholweg.

Vorige maand en afgelopen weekeinde zijn de jaarlijkse simultaantellingen van halsbandparkieten weer uitgevoerd. Leden van de Vogelwerkgroep telden er in Haarlem afgelopen zondag 18 januari 788, op twee locaties dichtbij elkaar. Ook in Nieuw-Vennep is er een slaapboom, en daarin telden de vrijwilligers maandag 187 halsbandparkieten. Totaal dus 975. Dat is iets minder dan in december (993) en flink minder dan het maximum vorige winter van Haarlem en Nieuw-Vennep samen (1131).

De slaapplaats in Nieuw-Vennep was verstoord door vuurwerk, volgens omwonenden.