Spring naar inhoud

Mensen van het waterschap op zoek naar bever- en muskusratten

Mensen van het waterschap op zoek naar bever- en muskusratten© RTV Drenthe/Marjolein Lauret

In 2025 hebben de vier waterschappen in Noordoost-Nederland samen meer muskus- en beverratten gevangen dan het jaar ervoor. Zo vingen ze er in 2024 meer dan 8.800, in 2025 is dat aantal gestegen naar meer dan 9.000. Waterschappen Noorderzijlvest en Drents Overijsselse Delta vingen de minste knagers. Dat is goed nieuws, want het is een signaal dat er weinig meer van de dieren in het werkgebied zitten.

Slootje in, slootje uit

"Dat komt doordat we met gespecialiseerde teams naar de muskus- en beverratten speuren", vertelt Guido Hamstra van WDO Delta. "Elke dag het water in, het water uit. Klemmen en kooien zetten en de volgende dag weer leeghalen. Het is hard werken." Het is volgens de waterschappen noodzaak de dieren uit te roeien, omdat ze een risico zijn voor onze veiligheid. "Ze graven holen en gangen in dijken en oevers. Ook maken ze nestkommen met uitgebreide ondergrondse gangenstelsels. Daardoor kunnen dijken en kades verzakken of zelfs doorbreken", legt Hamstra uit. De meeste vangsten vonden plaats in het werkgebied van de waterschappen Vechtstromen en Hunze en Aa's, direct langs de grens met Duitsland. "Onze Oosterburen vinden de bestrijding van de beesten minder belangrijk. Maar wij zitten onder zeeniveau, dus voor ons is het wel een probleem dat ze het in Duitsland minder serieus nemen." Om de Duitse collega's bewuster te maken van het probleem, zijn er afgelopen november net over de grens in de Graftschaft Bentheim muskusratten gevangen. Samen door Nederlandse en Duitse bestrijders, vlakbij het gebied van waterschap Vechtstromen.

Verzin een list

Waar de gewone bever, met de platte dikke staart, beschermd is, is de beverrat dat niet. Die is te herkennen aan de lange dunne staart. Ze komen van nature niet voor in Nederland, maar zijn door menselijk handelen hier gekomen. Net als de muskusrat. Die heeft inmiddels een list bedacht om de val te ontlopen: hij kruipt in de beschermde beverburcht. "In de buurt van de bever mogen wij niets doen. Hoewel het heel slim is van het beest, is het voor ons een gigantisch probleem", duidt Hamstra.

De waterschappen streven er naar om vanaf 2034 geen bever- en muskusratten meer te hebben.

Voor het OBN-project ‘Invasieve exoten in het rivierengebied’ zijn in de zomer van 2025 verschillende rivierhabitats van de Maas bemonsterd en invasieve waterplanten en macrofauna in kaart gebracht. Beide werden, soms veel, aangetroffen. Op sommige plekken waren nauwelijks inheemse vlokreeftjes aanwezig. Ook werd het verband tussen invasieve waterplanten en macrofauna onderzocht.

Invasieve macrofauna

Invasieve vlokreeftjes waren in bijna elk rivieronderdeel wel te vinden, maar waren vooral dominant in snelstromende delen, zoals de hoofdgeul van de Maas en beekmondingen. Vooral de invasieve predatore Pontokaspische vlokreeft (Dikerogammarus villosus) is veel aangetroffen, maar ook Chaetogammarus ischnus, de behaarde granaatoogvlokreeft (Spirogammarus major, voorheen vaak aangeduid als Echinogammarus trichiatus) en de Donaupissebed (Jaera istri) komen veel voor. Er zijn helaas nauwelijks inheemse vlokreeftjes waargenomen.

In de stilstaande rivieronderdelen, zoals geïsoleerde plassen, vonden we invasieve tweekleppigen, zoals de driehoeksmossel (Dreissena polymorpha), quaggamossel (Dreissena bugensis), Aziatische korfmossel (Corbicula fluminea) en toegeknepen korfmossel (Corbicula fluminalis). Driehoeksmosselen kunnen grote mosselbanken vormen die water kunnen zuiveren en voedsel (bijvoorbeeld algen op de schelpen) en schuilmogelijkheden kunnen bieden voor andere macrofauna. Het is wel nog de vraag welke (invasieve) macrofauna hier het meest van profiteren.

Naast invasieve tweekleppigen troffen we in stilstaande wateren de exotische tijgerplatworm (Girardia tigrina) veel aan, een bruingevlekt diertje met cartooneske oogjes. Hoewel deze soort een exoot is, lijkt deze een plekje gevonden te hebben in het ecosysteem zonder invasieve neigingen te vertonen.

TijgerplatwormTijgerplatworm (Bron: Mariëlle van Riel)

Invasieve waterplanten en de link met macrofauna

In de Maas kwamen we groene, drijvende tapijten van grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) tegen. Deze soort kwam in meerdere onderdelen van de rivier voor, maar was het dominantst in luwe delen van oevers in aangetakte wateren en stilstaande wateren. In de snelstromende delen groeide grote waternavel enkel op de oever. Het is dus een veelzijdige plant die het blijft doen onder verschillende omstandigheden, maar wel met een voorkeur voor de luwere delen.

Grote waternavel in de NiersGrote waternavel in de Niers (Bron: Joëlle Asberg)

Dit geldt ook voor de waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora). In onze studie kwam deze soort alleen voor in de stilstaande delen van het Maasstroomgebied. Daar vormde waterteunisbloem dichte matten met felgele bloemen op het water. Mooi om te zien, maar de vraag was wat voor effect die dominante waterteunisbloemvegetatie had op het onderwaterleven. Invasieve waterplanten kunnen namelijk voedsel en schuilmogelijkheden bieden, maar kunnen ook een negatieve rol hebben. Eerder onderzoek toonde aan dat zuurstofgehaltes te laag werden voor veel inheemse macrofauna door de dikke, rottende laag waterplanten. Uit onze studie midden in het zomerseizoen bleek dat de macrofaunasamenstelling onder zowel grote waternavel als waterteunisbloem niet veel verschilde van de samenstelling onder inheemse waterplanten. Wat meer invloed had, waren de habitatkarakteristieken van de verschillende rivieronderdelen. Het kan echter zijn dat later in het seizoen, wanneer blad afvalt en begint te verteren tot een dikke laag organisch materiaal, de condities onder en tussen de vegetatiematten minder gunstig worden voor de macrofauna. Dat is interessant voor een volgende studie.

Waterteunisbloem bij de HuyskensplasWaterteunisbloem bij de Huyskensplas (Bron: Joëlle Asberg)

Tekst en beeld: Joëlle Asberg en Mariëlle van Riel, Stichting Bargerveen