Spring naar inhoud

Bij de Dommelbrug halverwege de Peedijk staan verschillende auto's geparkeerd bij de kanovertrekplaats. Afgevaardigden van de provincie, Ravon en vooral veel pers is verzameld vanwege een uitnodiging voor een persmoment over de Amerikaanse stierkikker. Ook van Natuurmonumenten is iemand present. Aan de overzijde van de weg ligt enigszins verscholen een poel, en daar zullen monsters genomen worden voor nader onderzoek.

Beruchte kikker

Woordvoerder Meja van Zelst leidt je naar de plek waar de informatie wordt verstrekt. Intussen vertelt ze dat in deze poel wordt gezocht naar dna-materiaal van de beruchte kikker. “De gedeputeerde heeft het rode jasje aan en de heren in het blauw zijn Jeroen en David van Ravon.“ Gedeputeerde Hagar Roijakkers komt je even later al tegemoet.

“E-dna werkt eigenlijk altijd. Omgevings-dna van de stierkikker zit er wel of zit er niet, en dat zijn we nu aan het zoeken”, aldus de gedeputeerde. Op de vraag waarom juist hier watermonsters genomen worden antwoordt ze dat uit onderzoek gebleken is dat hier in de buurt de Amerikaanse stierkikker is of is geweest. “De Plateaux is een streng beschermd gebied en we hebben voor vandaag gekeken naar een poel waar ook veel inheemse kikkers zitten.” De Provincie heeft overigens samen met de NVWA besloten om alle poelen en vijvers te onderzoeken op dna-materiaal van de stierkikker.

Bij de poel staat David klaar met een uitschuifbare hengel met een plastic zakje eraan. Hiermee gaat hij door het water van het vennetje en schept wat water in een witte emmer. Volgens hem hoeft er maar één stierkikker te zijn of zijn geweest om dna te pakken te kunnen krijgen. Hij herhaalt het scheppen en zegt dat één molecuul dna al voldoende is om de aanwezigheid van het dier aan te tonen. “Natuurlijk hopen we dat het bij nul-waarnemingen blijft.”

Filter

Eenmaal voldoende poelwater in de emmer, hevelt de medewerker van Ravon het water via een slangetje door een rond wit filtertje. “Het dna-materiaal blijft daarin achter en gaat in bevroren toestand naar een Belgisch lab om verder onderzocht te worden. En dan pas weten we zeker of er wel of geen stierkikker-dna in het water zit.”

Het blijkt dat de Amerikaanse stierkikker bestreden moet worden, aangezien deze zich snel voortplant, vraatzuchtig is en inheemse amfibieën verdringt. Bovendien kan het beestje drager zijn van ziekten. Er wordt ondertussen een flyer verstrekt waarop keurig alle verschillen zijn aangegeven tussen de Amerikaanse stierkikker en de ons bekende groene kikker. ‘De kikkervissen zijn ingevoerd als vijver- en aquariumdieren.’ valt te lezen, en op die manier kwamen ze in Europa.

Een stukje verder staat Jeroen bij een groene wasbak waarin een weckfles staat. Daarin zit een dode Amerikaanse stierkikker in een sterke concentratie alcohol. Best wel eng om te zien. Jeroen trekt handschoenen aan en haalt het dier tevoorschijn. Hij vertelt over de belangrijkste kenmerken en dringt erop aan om je te melden zodra je een dergelijke kikker hoort of ziet. “Een foto en een geluidsopname zouden daarbij zeer mooi zijn “, zegt Jeroen, die daarna enkele kikkervissen laat zien, die ook behoorlijk uit de kluiten gewassen zijn.

David vertelt tenslotte dat regelmatig her en der monsters worden genomen. “Dit is één van de methodes die we gebruiken om e-dna op te sporen. Deze manier van zoeken gebruiken we omdat in België op ongeveer dezelfde manier de aanwezigheid van de stierkikker wordt onderzocht. Op die manier kunnen we onze onderzoeken goed met elkaar vergelijken.”

Op de parkeerplaats staat de taxichauffeur van de gedeputeerde rustig te wachten. Een aanhangwagen wordt teruguit gereden om enkele kano’s te lossen. Nu is het afwachten wat de lab-uitslagen te vertellen hebben.

Niet in Blijdorp, maar 'shoppend' tussen de karren met afval in een winkelcentrum. Een inmiddels dode wasbeer is het gesprek van de dag in Dordrecht. Een dier met een verhaal, en wat het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam betreft zou de wasbeer perfect passen in de tentoonstelling over dode dieren. Het verhaal van de wasbeer begint maandagavond. In winkelcentrum Maasplaza scharrelt hij aan de achterkant van een laad- en losplek tussen het afval. Zo knabbelt hij aan een stuk karton en sleurt hij een plastic tasje mee in zijn bek. Winkelmedewerkers schakelen een gespecialiseerde verwijderaar in, alleen lijkt de wasbeer ervaring te hebben in het ontlopen van wasbeerverwijderaars. Na een paar uur geeft het dier zich dan toch gewonnen. De wasbeer wordt afgemaakt en ingevroren.

Boevenmasker

Lokale partijen slaan aan op het nieuws over de wasbeer, die bekendstaat om zijn guitige boevenmasker en gestreepte staart. RTV Dordrecht schrijft dat de SP, de Partij voor de Dieren en Pro Dordrecht vragen stellen als: "Er zijn in Nederland toch tal van opvangcentra die wasberen mogen opvangen?" en "Vindt het college het afmaken in plaats van opvangen van de wasbeer in deze situatie een goede keuze?". In de ogen van Pim Lemmers, ecoloog van de Zoogdiervereniging en betrokken bij het wasberenmeldpunt, was het afmaken van het dier de beste keuze. "Die wasbeer is een invasieve exoot en staat vermeld op de Unielijst invasieve exoten. Dat is een Europese zwarte lijst."

'Tot op zekere hoogte gevaarlijk'

In het radioprogramma Afslag Rijnmond legt Lemmers uit dat Nederland de plicht heeft om iets te doen met diersoorten die op de Unielijst staan. "Voor de wasbeer geldt als die wordt gesignaleerd, dan moeten ze ook worden verwijderd." Volgens Lemmers moeten we sowieso voorkomen dat de wasbeer zich hier vestigt. "Voor ons als mens is het tot op zekere hoogte gevaarlijk, want de wasbeer kan een spoelworm dragen en van die eitjes kunnen we enorm ziek worden. Het komt zelden voor, maar het kan wel. Die wasbeer kan dus een flinke impact hebben op met name amfibieën en inheemse fauna." Maar is er dan geen andere oplossing dan het dier af te maken? "In Limburg zijn ze al langer bezig met het opvangen van wasberen. De eerste vijftig gingen naar een opvang, maar die zat zo snel vol dat het geen goede leefomstandigheden meer waren. Dit was de beste route voor zo'n beest."

Het verhaal van de wasbeer

Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam ziet een goed verhaal in het dode dier. Conservator Bram Langeveld wil de wasbeer toevoegen aan de tentoonstelling Dode dieren met een verhaal. "Dit is wel weer een heel treffend voorbeeld van hoe mens en dier in botsing kunnen komen en hoeveel aandacht het genereert. Mensen zijn er heel erg mee bezig en dat is precies waar we naar zoeken." Een extra pluspunt voor het verhaal is de regiolink. "Dit is ons speelgebied en dat helpt mee", vertelt Langeveld. "Het was natuurlijk een opzienbarend bericht. Voor veel mensen zal het wellicht sowieso nog een verrassing zijn dat er wasberen in Nederland leven. Behalve in een dierentuin heb ik zelf ook nog nooit een wasbeer in het wild gezien." Langeveld heeft inmiddels contact gelegd met het RIVM, omdat het dier daar eerst naartoe moet voor onderzoek. "Als dat is afgerond en er geen verontrustende zaken uitkomen is de kans groot dat wij hem krijgen. Daar gaat serieus nog wel maanden overheen."