Opvangcentra zien een groeiend aantal gedumpte (letter)sierschildpadden. De grootste gespecialiseerde opvang groeit met circa 1.000 schildpadden per jaar en zit aan de grens van haar capaciteit. Euthanasie van gezonde schildpadden is geen aanvaardbare oplossing en voorkomt nieuwe instroom niet. De kern van het probleem ligt bij handel, kweek en dumping, terwijl handhaving daarop tekortschiet. Door klimaatverandering neemt bovendien het risico toe dat schildpadden zich in de Nederlandse natuur gaan voortplanten. DierenLot heeft daarom een overbruggingskrediet van 1 miljoen euro mogelijk gemaakt voor de totstandkoming van een schildpaddenreservaat in Friesland. Dit is een tijdelijke oplossing. Structurele opvang en stevige handhaving zijn een verantwoordelijkheid van de overheid.
Dumping
Naar verwachting zijn ruim 200.000 schildpadden in de Nederlandse natuur gedumpt. Daarnaast worden veel schildpadden in slechte omstandigheden bij mensen thuis gehouden. Dat zorgt voor een enorm tekort aan opvangmogelijkheden voor schildpadden. Bijgevolg worden de enkele opvangen die er zijn, overspoeld met dieren. Gedurende de zomer kunnen de dieren buiten in vijvers gehouden worden, maar omwille van het andere klimaat in Nederland dan het klimaat waar de meeste soorten oorspronkelijk vandaan komen, is een binnenopvang in de winter noodzakelijk. De schildpadden die bij Stichting Faunawatch leven komen oorspronkelijk uit Azië, Afrika, Zuid-Amerika, Noord-Amerika en Europa. Het gaat dan ook om zeer diverse soorten met verschillende klimatologische vereisten.
Soorten
In Nederland komen diverse exotische schildpadden in het wild voor. Het zijn uitheemse soorten die zijn vrijgelaten door hun eigenaren of ontsnapt zijn uit tuinvijvers. Vaak gaat het om
‘Lettersierschildpadden’, te weten de roodwangschildpad, geelwangschildpad of geelbuikschildpad. Sinds 2016 geldt er in de EU een verbod op de handel van 'lettersierschildpadden'. Wellicht dat hierdoor in de toekomst steeds minder lettersierschildpadden in de Nederlandse natuur voor zullen komen. Er zullen immers minder tot geen nieuwe dieren worden uitgezet, en succesvolle voortplanting is onwaarschijnlijk in het Nederlandse klimaat.