In 2025 vond voor de tiende keer de Week van de Invasieve Exoten plaats. Normaliter begint die op de derde vrijdag van juni, maar ter gelegenheid van het jubileum ging de week nu al op donderdagmiddag 19 juni van start, met een symposium. Centraal daarin stond de ‘Horizonscan voor nieuwe invasieve uitheemse soorten in Nederland’ die eind vorig jaar is verschenen. In dat rapport staan 313 exotische dieren en planten vermeld, die nu nog niet of nauwelijks in de Nederlandse natuur voorkomen, maar die daar wel een groot gevaar voor vormen als ze de kans krijgen zich te vestigen en verspreiden.
Veel van die soorten komen via de handel binnen en zijn aanwezig in botanische tuinen, dierentuinen en bij particulieren. Centraal in het symposium stond de vraag: Hoe kunnen we voorkomen dat deze soorten in de natuur terechtkomen? En hoe zorgen we dat soorten van de hoog risicolijst die in de natuur aanwezig zijn, zo snel mogelijk worden verwijderd?
Wilfred Reinhold, voorzitter van platform Stop invasieve exoten en initiatiefnemer van het symposium: “Bij invasieve exoten is preventie topprioriteit: als je weet te verhinderen dat riskante exotische soorten in de natuur terechtkomen, kunnen ze zich ook niet vestigen en verspreiden. Je hoeft dan ook geen jarenlange bestrijdingsacties uit te voeren, die erg arbeidsintensief en kostbaar zijn, en zelf vaak ook schade veroorzaken. En mocht een invasieve exoot met een hoog risico toch in de natuur terechtkomen, dan is essentieel dat de soort snel als zodanig herkend wordt, en verwijderd. Daarom is dit rapport met de 313 soorten superbelangrijk, en is het urgent dat er in de praktijk wat mee gedaan wordt.”
Een kleine greep uit de soorten waar het om gaat: Siberische steur, Chinese lepelsteur, Amerikaanse paling, Everglades dwergzonnebaars, Donaubrasem, reuze slangekopvis, Zwarte-zeesprot, poolvos, wapiti, zwartstaartprairiehond, Java-aap, voskoesoe, Patagonische haas, Egyptische mangoest, Kaukasuseekhoorn, sneeuwgans, rosse stekelstaart, Russische rattenslang, Amerikaanse stierslang, Mediterrane boomkikker, Oostelijke smaragdhagedis, Balkanmeerkikker, stevige slijkgarnaal, maiswortelkever, roodrugspin, hottentotvijg, blauwe maskerbloem, kleinbladige dwergmispel, schijnviltkruid, Canadees hertshooi, prachtkaars, zandlelie, rode aardbeiganzerik, troslelietje, muurscheefkelk, basterdschroeforchis en egelkomkommer.
Sprekers op het symposium waren Mariëlle van Riel van Stichting Bargerveen (hoofdauteur van het rapport), Henk Groenewoud van de Nederlandse Voedsel- en Waterautoriteit (opdrachtgever voor het rapport en betrokken bij het opstellen van het advies aan het ministerie van LVVN), Christel Welles (specialist invasieve exoten van provincie Utrecht) en Janneke van der Loop (specialist invasieve exoten van Waterschap Aa en Maas).
Belangrijk onderdeel van het symposium was een ‘Brainstorm voor beleid’. Daarbij werd met alle aanwezigen (sprekers en toehoorders) van gedachten gewisseld over de acties die ondernomen zouden moeten worden om te voorkomen dat de 313 in het rapport genoemde soorten zich in Nederland gaan vestigen en verspreiden. Wat zou er op korte termijn moeten gebeuren, en wat op langere termijn? Hebben bepaalde soorten prioriteit? En welke organisaties zouden welke rol kunnen spelen?
Het symposium werd georganiseerd door de sectie Biodiversiteit van de VVM, het netwerk van milieuprofessionals.
Tijdens de Week van de Invasieve Exoten, die tot zondag 29 juni duurde, waren naast het symposium nog diverse andere activiteiten, zoals lezingen, excursies en werkdagen, op diverse plekken in Nederland.
Zie ook: www.wvdie.nl