Spring naar inhoud

De provincie Groningen, Het Groninger Landschap en Weed Free Service zijn begonnen met een pilot om de waterteunisbloem in het Zuidlaardermeergebied te bestrijden. Deze uit Zuid-Amerika afkomstige plant verspreidt zich razendsnel en verdringt andere plantensoorten. Omdat bestaande bestrijdingsmethoden in dit Natura 2000-gebied niet toepasbaar zijn, testen de organisaties nu drie nieuwe technieken.

De waterteunisbloem is een Zuid-Amerikaanse plant die ooit als sierplant naar Europa is gehaald. Inmiddels staat de soort op de Europese lijst van invasieve exoten en is handel en verkoop verboden. Toch heeft de plant zich in Nederland stevig gevestigd: in alle provincies zijn inmiddels besmettingen bekend. De soort vormt dichte matten, die watergangen en oevers overwoekeren. Daarmee komen de biodiversiteit, waterkwaliteit en recreatie onder druk te staan. In het Zuidlaardermeergebied is de plant de afgelopen jaren sterk toegenomen. Het vormt dichte velden die vele hectares beslaan en verdringt soorten die juist belangrijk zijn voor de biodiversiteit, zoals krabbenscheer. Ook de natuurdoelen die voor dit Natura 2000-gebied gelden, komen mogelijk in gevaar. 

Waterteunisbloem verdringt krabbenscheerWaterteunisbloem verdringt krabbenscheer (Bron: Flemming Versloot)

Bestrijden in een Natura 2000-gebied

Het bestrijden van een invasieve exoot in een Natura 2000-gebied is een uitdaging. Veel van de bekende bestrijdingsmethoden zijn hier niet toepasbaar, omdat ze de natuurwaarden van het gebied te veel zouden aantasten. Mechanisch afgraven – een techniek die elders wel wordt toegepast – is op de kwetsbare veengrond geen optie: niet alleen zou dit schade veroorzaken, ook is het praktisch onmogelijk om alle groeiplaatsen te bereiken. Het bedekken van planten met zout heeft in Frankrijk, onder andere in de Camargue en de monding van de Rhône, goede resultaten opgeleverd, maar dat zou in het Zuidlaardermeergebied de waterkwaliteit en flora ernstig schaden. Een andere techniek, branden, is uitgesloten in een beschermd natuurgebied, en waterpeilverlaging wordt nog onderzocht. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor andere soorten, zoals het foerageergebied van het porseleinhoen. Juist omdat de gangbare methoden hier niet geschikt zijn, is gekozen voor een pilot met drie alternatieve technieken. Het gaat om elektrocutie, bevriezing en afdekken.

Elektrocutie van de wortels

Stroom wordt door de plant geleid, waardoor het weefsel verhit en afsterft. Ook de wortels worden geraakt, zodat de plant niet kan terugkomen. Omdat de waterteunisbloem geen uitgebreid wortelnetwerk heeft en de wortels relatief ondiep groeien, is deze methode in potentie bijzonder geschikt om de plant effectief te bestrijden.

Elektrocutie waterteunisbloemElektrocutie waterteunisbloem (Bron: Flemming Versloot)

Bevriezing met droogijs

Bij deze methode worden de planten afgedekt met een laag droogijs van ongeveer drie centimeter, waarna er een isolatiedeken overheen gaat. Hierdoor bevriezen zowel de bovengrondse delen als de bovenste laag van de bodem. De cellen van de plant barsten open en sterven af. Omdat de waterteunisbloem van nature gevoelig is voor vorst, geldt deze aanpak als een veelbelovende bestrijdingsmethode.

Droog-ijsmethode
Droog-ijsmethode (Bron: Flemming Versloot)

Afdekken met een dikke laag slib

Bij deze methode worden de planten bedekt met een sliblaag van minimaal veertig centimeter. Zonder toegang tot licht kunnen de waterteunisbloemen niet verder groeien en sterven ze uiteindelijk af. Omdat de soort naar verwachting niet in staat is door zo’n dikke laag heen te dringen, geldt deze aanpak als een kansrijke manier om de verspreiding te stoppen. Weed Free Service uit Heerenveen voert de eerste twee methoden uit. Dit bedrijf heeft ervaring met het elektrocuteren van andere invasieve planten, zoals de Japanse duizendknoop en het heeft positieve resultaten geboekt met de droogijsmethode op de grote waternavel. Het Groninger Landschap past de slibmethode toe.

Vervolg

De komende periode wordt bekeken welke methode het meest effectief is. Het gaat niet alleen om het resultaat, maar ook om de vraag hoe een succesvolle aanpak in de praktijk breder kan worden toegepast. Elke methode heeft zijn eigen uitdagingen, maar juist door dit nu te testen, komen we erachter hoe we de bestrijding op grotere schaal kunnen organiseren. Deze pilot is een eerste stap richting het uiteindelijke doel: de waterteunisbloem beheersen of zelfs elimineren. Bij een positief resultaat worden de nu geteste methodes mogelijk in 2026 al op grotere schaal toegepast.

In de strijd tegen exoten is samenwerking tussen verschillende instanties essentieel om de verdere verspreiding van exoten tegen te gaan en om te komen tot een gecoördineerde bestrijdingsaanpak. Provincie Groningen zet daarom in op nauwe samenwerking met andere provincies, gemeenten, natuurorganisaties, waterschappen, bedrijven en betrokken instanties, zodat de bestrijding zo efficiënt en effectief mogelijk kan worden opgepakt.

In opdracht van de provincie Zeeland voeren Stichting Bargerveen en FLORON onderzoek uit naar de ecologische impact en beheersmaatregelen van de invasieve exoot gele bieslelie. Samen met terreinbeheerders en onderzoekers willen wij inzicht krijgen in de verspreiding van de plantensoort en effectieve maatregelen ontwikkelen om gele bieslelie in Zeeland en daarbuiten terug te dringen.

In heel Nederland, met name in Zeeland, breidt gele bieslelie (Sisyrinchium californicum) zich de laatste jaren snel uit. Om te voorkomen dat deze invasieve soort verdere schade aanricht in kwetsbare natuurgebieden, start de provincie Zeeland een onderzoek naar de ecologie en bestrijding van deze opkomende invasieve exoot.

Relatief nieuw voor Nederland

Gele bieslelie op de Prinsesseplaat

Gele bieslelie op de Prinsesseplaat (Bron: Petra van der Wiel)

Gele bieslelie lijkt op het eerste gezicht een charmant plantje, met zijn heldergele bloemetjes. Toch is deze plantensoort inmiddels een zorgwekkende invasieve exoot in Nederland geworden. Gele bieslelie groeit vooral in vochtige biotopen, zoals natte duinvalleien en moerassen. De plant wordt sinds 2005 in Nederland in toenemende mate in het wild waargenomen, vooral in kwetsbare natuurgebieden.

In deze gebieden groeien beschermde en zeldzame inheemse planten, zoals groenknolorchis (Liparis loeselii), parnassia (Parnassia palustris), moeraswespenorchis (Epipactis palustris), stijve ogentroost (Euphrasia stricta) en slanke gentiaan (Gentianella amarella). Er zijn zorgen onder beheerders dat deze soorten in de verdrukking komen door de uitbreiding van de gele bieslelie.

De gele bieslelie is een relatief nieuwe invasieve soort in Nederland, waarvan de ecologie en de effectieve bestrijdingsmogelijkheden nog onvoldoende bekend zijn. Daarom doen Stichting Bargerveen en FLORON, in opdracht van de Provincie Zeeland er onderzoek naar.

Oproep aan beheerders

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is het in kaart brengen van ervaringen met de bestrijding van gele bieslelie. We nodigen terreinbeheerders, boswachters en ecologen uit om hun kennis en praktijkervaringen met beheersmaatregelen te delen.

Heb jij een grote besmetting van gele bieslelie in je terrein? Welke negatieve effecten zie je optreden op inheemse planten en insecten? Heb je ervaring met bestrijding van deze soort? Mail dan je bevindingen, resultaten of foto’s naar Mila de Bruijn van Stichting Bargerveen. Jouw kennis helpt ons om beter te begrijpen waar het probleem zich voordoet en welke maatregelen werken in de praktijk. De resultaten van het onderzoek worden na afloop uiteraard openbaar gepubliceerd, zodat beheerders uit heel Nederland hier gebruik van kunnen maken.

Wat kan je als particulier al doen?

Heb je gele bieslelie in je tuin? Verwijder deze dan bij voorkeur maar zet deze planten dan niet uit in de natuur of in ander oppervlaktewater. Naast gele bieslelie zijn er ook andere uitheemse tuinplanten die kunnen verwilderen en schade veroorzaken aan inheemse ecosystemen. Dit advies geldt dus voor alle tuin- en vijverplanten. Verwijderde water- en oeverplanten kunnen veilig worden afgevoerd via de gft-container. Wil je voorkomen dat je per ongeluk een invasieve soort aanschaft? Kijk dan op Tuinernietin.nl. Op deze website kun je zien of een plant die je wilt kopen een potentieel invasieve exoot is. Als dat zo is, worden één of meerdere veilige alternatieven genoemd. Voor de gele bieslelie zijn de inheemse gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris) en grote boterbloem (Ranunculus lingua) fraaie, milieuvriendelijke keuzes.

Meer informatie

  • Waarnemingen van gele bieslelie in de natuur kunnen worden gemeld via Waarneming.nl of andere invoerportalen en waarnemingen-apps.
  • Meer informatie over de risicobeoordeling van de gele bieslelie is te vinden op de website van het NVWA. 

Tekst: Mila de Bruijn & Laura van Veenhuisen, Stichting Bargerveen; Baudewijn Odé & Angelo Moerland, FLORON;
Beeld: Jelle van Dijk; Petra van der Wiel