Spring naar inhoud

Een bijzonder fenomeen was onlangs te zien op de grens van Haarlem en Schalkwijk. Tientallen halsbandparkieten zaten geplakt tegen de muur van een verzorgingshuis langs de Schipholweg. Fotograaf Toussaint Kluiters, die er vlakbij woont, aarzelde geen moment en maakte met zijn mobieltje een foto. ,,Het was een vrij koude ochtend; ik heb de foto ’s morgens om 08.55 uur genomen’’, blikt hij terug. ,,Ik dacht: misschien hebben ze het koud en warmen ze zich een beetje aan de muur.’’

Op zich een logische gedachte, want halsbandparkieten zijn vogels die van oorsprong leven in India en centraal-Afrika. In Nederland gaat het om ontsnapte en losgelaten kooivogels die verwilderd zijn. Ze worden gerekend tot de zogeheten invasieve exoten. In Nederland leven er nu naar schatting zo’n 25.000 exemplaren, voornamelijk in en rond grote steden als Amsterdam, Den Haag, Leiden en Haarlem.

Terug naar het fenomeen op de muur. Hebben ze het koud in de wintermaanden? ,,Neen, daar kunnen ze goed tegen’’, vertelt vogelkenner Johan Stuart van de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland. Stuart houdt met een groep vrijwilligers de aantallen parkieten nauwgezet bij. Jaarlijks worden ze geteld, daarover zo meer.

Cementkorreltjes

Eerst leggen we hem de foto voor. Stuart komt met een verrassende uitleg. ,,Ze zijn daar niet voor de warmte, maar om korreltjes cement uit de voegen te halen. Het is een fenomeen dat vaker wordt gezien.’’ Hij verwijst naar een grappig filmpje op de site van het programma Vroege Vogels, gemaakt in Leiderdorp. ,,De halsbandparkieten gebruiken de cementkorreltjes vermoedelijk voor het fijnmalen van zaden in de maag.’’

Het is dus niet zo dat de tropische vogels het koud hebben, hoewel ze met hun vleesachtige pootjes wel last kunnen hebben van vorst. Bij extreme koude brengen ze de nachten vermoedelijk door in de holen waarin ze in het voorjaar ook broeden, zegt Stuart. Halsbandparkieten zijn net als spechten en kauwtjes holenbroeders.

Niet eenvoudig

Het tellen van het aantal parkieten is geen eenvoudige klus. De vogels houden zich overdag in groepjes op in stedelijk gebied, dat per definitie lastig is te overzien. Veelvuldige verplaatsingen reduceren de mogelijkheden voor goede tellingen overdag nog verder. De vogels gebruiken ’s nachts echter gemeenschappelijke slaapplaatsen, die voor hen dermate belangrijk zijn dat ze bereid zijn om grote afstanden te overbruggen. Op deze slaapplaatsen kunnen de aantallen relatief eenvoudig worden vastgesteld. In Haarlem slapen de groene papegaaien in bomen langs de Schipholweg.

Vorige maand en afgelopen weekeinde zijn de jaarlijkse simultaantellingen van halsbandparkieten weer uitgevoerd. Leden van de Vogelwerkgroep telden er in Haarlem afgelopen zondag 18 januari 788, op twee locaties dichtbij elkaar. Ook in Nieuw-Vennep is er een slaapboom, en daarin telden de vrijwilligers maandag 187 halsbandparkieten. Totaal dus 975. Dat is iets minder dan in december (993) en flink minder dan het maximum vorige winter van Haarlem en Nieuw-Vennep samen (1131).

De slaapplaats in Nieuw-Vennep was verstoord door vuurwerk, volgens omwonenden.

Dierenambulances, wildopvangcentra en gespecialiseerde opvangorganisaties lopen vast door de regels rond invasieve exoten. Daardoor ontstaan onwerkbare situaties voor meer dan 10.000 vrijwilligers en professionals die dagelijks dieren in nood helpen. Stichting DierenLot roept de Tweede Kamer op om het Aanvalsplan Invasieve Exoten zo aan te passen dat dierenhulpverlening uitvoerbaar blijft en dierenwelzijn niet in de knel komt. DierenLot doet deze oproep richting het natuurdebat dat donderdag in de Tweede Kamer plaatsvindt.

Dierenhulpverleners krijgen steeds vaker invasieve exoten binnen, maar stuiten op twee harde problemen: geen structurele financiering en regels die dierwaardige opvang of terugplaatsing belemmeren. Dat leidt tot druk op opvangcapaciteit, morele dilemma’s en het risico dat vrijwilligers afhaken.

Gezonde nijlganzen mogen niet terug

Jaarlijks komen circa 1.300 nijlganzen via burgers bij opvangcentra terecht. Een deel herstelt volledig, maar terugplaatsen is verboden. Levenslange opvang is meestal niet haalbaar door gebrek aan ruimte en middelen. Tegelijk weigeren dierenartsen geregeld om gezonde dieren te euthanaseren.

Hierdoor belanden dierenhulpverleners in een situatie zonder werkbare, dierwaardige oplossing. De organisatie vraagt de Kamer om een gedoog- of maatwerkconstructie mogelijk te maken, zodat herstelde nijlganzen onder strikte voorwaarden kunnen worden teruggezet. Dat voorkomt onnodige euthanasie en ontlast opvangcentra.

Opvang schildpadden loopt vol

Opvangcentra zien een groeiend aantal gedumpte (letter)sier­schildpadden. De grootste gespecialiseerde opvang groeit met circa 1.000 schildpadden per jaar en zit aan de grens van haar capaciteit. Euthanasie van gezonde schildpadden is geen aanvaardbare oplossing en voorkomt nieuwe instroom niet. De kern van het probleem ligt bij handel, kweek en dumping, terwijl handhaving daarop tekortschiet. Door klimaatverandering neemt bovendien het risico toe dat schildpadden zich in de Nederlandse natuur gaan voortplanten.

Met een overbruggingskrediet van 1 miljoen euro is het nu mogelijk gemaakt een schildpaddenreservaat in Friesland te bouwen. Dit is een tijdelijke oplossing. Structurele opvang en stevige handhaving zijn een verantwoordelijkheid van de overheid.

De Kamer wordt gevraagd om: