In 1968 broedde voor het eerst een paartje halsbandparkieten in ons land. Het waren vogels die waren ontsnapt of losgelaten uit hun kooitje in Den Haag. Sindsdien zijn de felgroene en luidruchtige parkieten niet meer weg te denken uit de stadsparken van zo’n beetje alle steden in de Randstad. Iedere winter worden de vogels geteld en dat gaat het beste op hun gemeenschappelijke slaapplaats. Buiten het broedseizoen slapen de parkieten het liefst in grote groepen.
De exotische vogels komen van oorsprong voor in de Sahel en in India, Daar worden ze bedreigd, omdat het lucratief is om de vogels te vangen en te verkopen. In de westerse wereld zijn het geliefde kooivogels, maar die willen dus ook nog wel eens ontsnappen. Ook worden ze wel expres losgelaten, omdat mensen denken dat ze toch wel terugkomen. Sinds 2004 worden de verwilderde parkieten iedere winter geteld. In het begin kwamen ze voor in zes grotere steden in de Randstad, 4.500 vogels in totaal. Nu, twintig jaar later, zitten ze al in 36 gemeenten, met in totaal ongeveer 28 duizend vogels.
Behalve de halsbandparkiet, zit er sinds de eeuwwisseling nóg een grote parkiet in ons land: de grote alexanderparkiet. Bij de jongste telling werden er bijna duizend geteld, op de enige slaapplaats in ons land, in het Vondelpark in Amsterdam. Een derde exotische parkiet, de monniksparkiet, zit al jaren in parken in Apeldoorn en op Goeree, maar die vogels breiden zich niet echt uit. Bij het opkomen van exotische vogels bestaat altijd de vrees dat zij inheemse vogels dwars kunnen zitten, maar daar blijkt eigenlijk niets van, zegt Louwe Kooijmans. “Er is soms zorg over holenbroeders als de boomklever, omdat die het net als de parkieten van lege spechtenholen moet hebben. Maar in de periode dat de parkieten enorm zijn toegenomen, zijn ook de boomklevers in Amsterdam alleen maar vooruitgegaan. Ook de grote bonte specht doet het in diezelfde periode prima. Op individueel niveau kan een boomklever soms best wel eens last hebben van een parkiet die het nest komt kraken, maar voor de soort hoef je echt niet te vrezen.”
Halsbandparkieten
Halsbandparkieten zijn knalgroene, luidruchtige vogels, afkomstig uit India en Centraal-Afrika. In ons land gaat het oorspronkelijk om ontsnapte en losgelaten kooivogels die verwilderd zijn en populaties hebben gevormd. Deze vogels zijn holenbroeders die ook in nestkasten broeden. Concurrentie met kauwtjes, spechten en uilen om beschikbare broedholten lijkt in weinig mate te spelen. Het broedsucces lijkt vrij laag. Heldergroen van kleur met donkerdere slagpennen. Mannetjes hebben een zwarte kin- en keelvlek en een zwarte lijn over de hals lopen die uitloopt in een oranjeroze halsband op het achterhoofd. Vrouwtjes hebben dat niet en zijn effen. Zeer korte, scherp omlaag gebogen haaksnavel (kleine papegaaiensnavel). Luidruchtig en slaapt in de winter in grote groepen in bomen. De halsbandparkiet is bezig aan een opmars. Niet alleen in Nederland, maar ook in Belgisch Limburg, zoals in Sint-Truiden, Genk, Stal (Beringen), Helchteren en Hechtel.
De halsbandparkiet behoort tot de papegaaiachtigen. Je herkent hem aan zijn gifgroene veren en een knalrode bek. Daarnaast heeft hij om zijn nek een donkere rand, dat is de halsband. De halsbandparkiet is geen trekvogel. Bij de laatste telling (2022) werden er bijna 22.000 exemplaren gespot. In de Randstad hoef je nooit lang te zoeken naar deze groene gasten, maar inmiddels kom je ze ook ver daarbuiten tegen. Wel blijven ze vooral in de stad. Daar is het vaak een paar graden warmer en is er vaak ook wat meer beschutting. Dat de parkiet het hier zo goed doet komt door verschillende factoren. Zo zijn het sociale dieren die elkaar door hun luide krijs makkelijk kunnen vinden. Daarnaast hebben wij de nieuwkomers zelf ook een handje geholpen, door ze hun favoriete snacks te serveren. Ze profiteren bijvoorbeeld van de aanplant van exotische planten die vruchten geven, zoals sierappeltjes en besjes. Maar ook de vetbolletjes en pindastrengen in de winter worden zeer op prijs gesteld.