Voor velen is de laurierkers een geliefde tuinplant. Hij groeit goed, blijft altijd groen en wordt weinig aangevreten door insecten. Dat zijn ook de kenmerken waardoor hij voor problemen in de natuur kan zorgen. De laatste jaren duikt de laurierkers steeds vaker op in kwetsbare natuurgebieden.
Waar de laurierkers groeit, kan weinig anders groeien. Onder zijn dichte bladerdek van jaarrond-aanwezige bladeren krijgen andere planten geen kans. Onze inheemse dieren kunnen weinig met deze uit Zuid-Europa afkomstige exoot. De laurierkers is giftig en wordt daardoor amper gegeten door insecten en andere dieren. Je hebt daardoor smetteloze bladeren, maar dat laat tegelijkertijd zien dat het qua biodiversiteit weinig toevoegt. Alleen de bloemen leveren wat nectar en de bessen worden wel gegeten door vogels. In die bessen zit ook een probleem. Vogels poepen de zaden in de bessen elders uit, waardoor de laurierkers zich makkelijk vanuit tuinen naar natuurgebieden kan verspreiden.
Van sommige exoten weten we dat we er nooit meer vanaf komen. Denk aan de Amerikaanse rivierkreeft of Japanse duizendknoop. Met betrekking tot de laurierkers is het nog niet te laat: In kwetsbare gebieden als de Zuid-Limburgse hellingbossen kan hij nog worden aangepakt. De laurierkers is relatief makkelijk te verwijderen. Hij kan niet zo goed regenereren als Japanse duizendknoop. Als je hem met wortel en al uittrekt of -graaft ben je er vanaf.
Het zal wel dweilen met de kraan open blijven, wanneer de laurierkers in tuinen blijft staan en daardoor met zijn zaad steeds opnieuw in de natuur zal opduiken. Floron adviseert daarom laurierkers niet meer te (ver)kopen. Er zijn goede inheemse alternatieven voor de laurierkers, zoals de liguster. Die heeft mooie witte bloemen en blijft het hele jaar groen. Alleen voegt deze veel meer toe en zorgt hij niet voor problemen in de natuur.