Spring naar inhoud

Op de agenda van de Tweede Kamercommissie Landbouw van 2 april aanstaande staat onder meer een brief van staatssecretaris Rummenie, over de contouren van een op te stellen “Aanvalsplan invasieve exoten”. Dat aanvalsplan is al enige tijd geleden aangekondigd door toenmalig minister Christianne van der Wal. Staatssecretaris Rummenie komt nu met een eerste vervolg waarin hij slechts aangeeft wat de hoofdlijnen zullen zijn van het aanvalsplan. Wat opvalt is dat het plan alleen maar gaat over de schade die invasieve exoten aanrichten aan de biodiversiteit en niet ook betrekking heeft op de schade die ze aanrichten aan economie en gezondheid. Rummenie motiveert dit met de magere opmerking dat zijn ministerie daar nu eenmaal niet over gaat. Overleg en afstemming met andere ministeries is blijkbaar teveel moeite. Zo is er wel meer aan te merken op de “contouren”. Kort samengevat: het is te weinig en te laat om van een adequate aanpak te kunnen spreken.
Op de agenda van de Tweede Kamercommissie staat het genoteerd als punt drie.
De vergadering begint om 10.00 uur.  

Stille Oceaan

De brakwatercorbula (Potamocorbula amurensis, Schrenck, 1861) komt van nature voor in het warmere noordwesten van de Stille Oceaan. Het dier leeft in de wateren nabij Siberië, China, Korea en Japan. De schelp werd voor het eerst geïntroduceerd rond Europa in 2018, in de Beneden-Zeeschelde en Westerschelde. Sindsdien heeft het dier zich langzaam verspreid en leeft het nu ook in de monding van de Gironde in Frankrijk.

Monsterprogramma op droogvallend wad

Tijdens het SIBES-veldonderzoek in de zomer van 2024 werd de brakwatercorbula op drie verschillende plekken bij de Friese kust gevonden. SIBES is een Waddenzee-breed monsterprogramma in de Nederlandse Waddenzee. Het monitort de sedimentstructuur en het bodemleven op iedere 500 meter van het droogvallende wad; en dat al 17 jaar lang. Dit betekent dat elk veldseizoen, tussen juni en oktober, een onderzoeksteam van ongeveer twaalf mensen monsters verzamelt op ongeveer 4.500 locaties. Alle bodemdieren en sedimenteigenschappen worden vervolgens in het laboratorium van het NIOZ geanalyseerd.

Tand en overbeet

De brakwatercorbula is een afgerond, driehoekig, dun schelpdier. Hij kan een grootte bereiken van 25 mm. Het valt op dat het rechter schelpje iets groter is dan het linker, waardoor een ‘overbeet’ ontstaat: een overlap aan de rand, die hem duidelijk onderscheidt van andere soortgelijke schelpen. Daarnaast heeft het rechter schelpje een smalle tand nabij de scharnier, terwijl het linker schelpje een lange, bijpassende ‘sokkel’ heeft waar die tand in valt, de zogenaamde chondrophore.

Potentieel verspreidingsgebied

De meeste invasieve soorten in de Waddenzee zijn geïntroduceerd via de aangroei op scheepsrompen of door natuurlijke verspreiding. Ook ballastwatertransport is een bekende route voor introductie van schelpdieren op nieuwe plekken. Geen van deze routes kan worden uitgesloten bij de introductie van de brakwatercorbula in de Waddenzee.

Hoewel tot nu toe slechts drie individuen zijn gevonden, verwachten de SIBES-onderzoekers dat er meer zullen volgen. Er worden immers nog steeds monsters uit 2024 verwerkt. De brakwatercorbula heeft een zeer hoog ‘verspreidingspotentieel’ en staat bekend als mogelijk zeer invasief. De eerste invasieve introductie van deze soort vond plaats in de buurt van San Francisco. Na die introductie, in 1986, werd de brakwatercorbula binnen twee jaar daar de dominante scheldiersoort. De bodemgemeenschap en het hele voedselweb zijn daardoor flink op de kop gezet. Ook in de monding van de Gironde bereikte de soort binnen één jaar dichtheden van meer dan 14.000 individuen per vierkante meter.

Het is nog onzeker of en hoe de soort zich zal verspreiden in de Waddenzee en met welke snelheid. “Maar verspreiding is wel heel waarschijnlijk”, zegt Brunner. “De brakwatercorbula is tolerant voor veel verschillende zoutgehaltes en verschillende substraattypes, zowel in de droogvallende delen als in de lager gelegen delen van de Waddenzee. De brakwatercorbula is ook bekend om zijn korte levensduur en hoge vruchtbaarheid. Het dier kan zich zelfs bij een grootte van 3 tot 4 mm al voortplanten. Het lijkt dan ook waarschijnlijk dat de individuen die tijdens SIBES werden gevonden (2 mm, 9,5 mm en 17 mm) zich al hebben voortgeplant en hebben bijgedragen aan de verspreiding van de soort.”

Voedsel of gevaar

Als de brakwatercorbula zich weet te vestigen in de Waddenzee, kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor het ecosysteem. Een van de potentiële risico’s is dat hij zal concurreren met inheemse soorten, zoals de gewone kokkel, die veel kieskeuriger is. De brakwatercorbula zou ook aanzienlijke impact kunnen hebben op andere delen van het voedselweb. In de regio San Francisco leidde de komst van deze soort bijvoorbeeld tot een drastische afname van de hoeveelheid zoöplankton, wat ook weer gevolgen had voor de voedselbeschikbaarheid voor andere inheemse schelpdiersoorten.

Aan de andere kant zijn in China schelpdieren van dezelfde familie, zoals Potamocorbula laevis, bekend als een geweldige voedselbron voor kanoeten, vanwege de gunstige verhouding vlees-schelp. Dat betekent dat de brakwatercorbula ook een belangrijke voedselbron voor vogels kan worden.

Met de onzekerheid over de langetermijneffecten van de brakwatercorbula in de Waddenzee, laat deze ontdekking zien dat het belangrijk is om langdurig onderzoek te doen in programma’s zoals SIBES. NIOZ zal de verspreiding van de brakwatercorbula dan ook blijven volgen en de ecologische gevolgen voor het UNESCO-werelderfgoed Waddenzee goed in de gaten houden.