BRON: FLORON / 15 APRIL 2025
Reuzenberenklauw en Reuzenbalsemien zijn beruchte invasieve exoten die grote schade aanrichten aan biodiversiteit en maatschappij. Bestrijding wordt vaak pas in de zomermaanden ingezet. Terwijl er juist in het voorjaar veel winst te behalen is, als deze reuzen nog klein zijn en nog geen zaden hebben ontwikkeld.
Reuzenbereklauw (Heracleum mantegazzianum) en Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera) komen oorspronkelijk uit Azië en zijn in de negentiende eeuw in ons land geïntroduceerd als tuinplant. Hoewel beide plantensoorten een hoge sierwaarde hebben, hebben hun minder gewenste eigenschappen zich ook nadrukkelijk laten gelden sinds hun introductie. Reuzenberenklauw en Reuzenbalsemien kunnen beiden dusdanig dominant voorkomen, dat zij de inheemse flora wegconcurreren. Als deze reuzen in het najaar afsterven, laten zij een kale bodem achter die gevoelig is voor erosie. Dit is met name op dijken een ongewenste situatie, als deze zwakker worden en er een groter risico op dijkdoorbraken en wateroverlast ontstaat. Daarnaast kan het sap van Reuzenberenklauw brandwonden veroorzaken als het in contact komt met de huid. Reuzenberenklauw en Reuzenbalsemien staan op de Unielijst, de Europese zwarte lijst met invasieve exoten die grote schade aanrichten in de lidstaten van de Europese Unie. Hoewel deze soorten in Nederland wijd verspreid zijn, en er geen landelijke bestrijdingscampagne bestaat, zijn diverse beheerders (gemeenten, waterschappen en beheerders van natuurterreinen) toch bezig om deze soorten in te perken.
Vroege bestrijding maakt het verschil
Gelukkig is bestrijding van deze soorten eenvoudig en gebeurt dat op steeds meer plekken in Nederland. Wat opvalt is dat bestrijding vaak later in het seizoen plaatsvindt, terwijl er juist veel winst te behalen is in het voorjaar, als de planten nog klein zijn en nog geen zaden hebben ontwikkeld. Veel schade aan biodiversiteit en maatschappij wordt voorkomen door de planten tijdig te verwijderen of te voorkomen dat ze reusachtig groot worden.
Reuzenberenklauw
Vanaf half april kunnen de planten met een schep uitgestoken worden. De plant vormt dikke wortels en als je die tot zeker een keer spadediep uitsteekt, is de kans aanwezig dat de plant niet meer uitgroeit. De plant kan in zijn geheel weggegooid worden bij het GFT. Belangrijk is om de populatie nog zeker vijf jaar in de gaten te houden en opkomende planten (opnieuw) uit te steken. Nieuwe planten kunnen ontstaan uit achtergebleven wortelstokken of zaden uit de zaadbank. Zaden zijn meestal tot vijf jaar kiemkrachtig. Dus als een populatie vijf jaar geen gelegenheid krijgt om zaden te vormen, is de strijd gewonnen. Let wel goed op je eigen veiligheid! Met kleding en beschermingsmiddelen kan je voorkomen dat de plantsappen in contact komen met jouw huid.