Spring naar inhoud

Japanse duizendknoop niet in de gft-bak: ‘Klein stukje kan uitgroeien tot nieuwe plant’

De Japanse duizendknoop is een plant met een bijna mythische reputatie. Verhalen over beschadigde wegen, overwoekerde tuinen en hoge verwijderings- of verdelgingskosten duiken regelmatig op. Maar hoe gevaarlijk is deze invasieve exoot nu echt? En wat moet je doen als de plant in je tuin opduikt? Volgens invasieve-exotenonderzoeker Casper Krijnse Locker van Wageningen Plant Research is er niet direct reden tot paniek, maar onderschatten moet je de plant ook niet.

Invasieve exoot

De Japanse duizendknoop is een invasieve exoot. Dat is een plant die van nature niet in Nederland voorkomt en hier door menselijk handelen terecht is gekomen. "De oorsprong van de plant ligt in Azië, in gebieden rond Japan, China en Korea", vertelt Krijnse Locker. "In de negentiende eeuw werd de soort door een botanicus naar Nederland gebracht. Hij plantte hem in de Hortus in Leiden en in zijn eigen tuin. Vanuit daar verspreidde de plant zich verder door Nederland."

"Maar een klein deel van alle exotische planten kan hier leven en een nóg kleiner deel is invasief", legt de expert uit. "De Japanse duizendknoop groeit snel en zorgt voor problemen. Zo kan hij een negatieve invloed hebben op de biodiversiteit." De plant vormt een dichte begroeiing, waardoor andere planten nauwelijks licht, ruimte of voedingsstoffen krijgen.

Daarnaast kunnen de sterke wortels wegen en andere infrastructurele voorzieningen beschadigen. "Hij kan door bestaande scheuren groeien, maar hij kan geen blokken beton splijten."

De Japanse duizendknoop heeft een bijzonder effectieve manier van voortplanting. "Zelfs een klein stukje wortel of stengel kan uitgroeien tot een volledig nieuwe plant. Dat maakt bestrijding lastig. Bij het verwijderen van de plant kunnen achtergebleven wortelfragmenten ervoor zorgen dat de duizendknoop opnieuw opkomt." 

Effectief verwijderen

Gelukkig zijn er meerdere manieren om de plant aan te pakken, maar het blijft lastig om hem echt effectief te verwijderen. "Je kunt de plant tussen mei en september uitgraven. Gebruik hiervoor een spitvork of een riek, zodat wortels minder snel afbreken. Deze kunnen tot ver onder de grond doorlopen, dus ga zorgvuldig te werk, zodat je geen wortels achterlaat."

"Een andere oplossing is om de plant volledig terug te snoeien totdat al het bovengrondse deel verwijderd is. Let daarbij op dat je geen losse stengelfragmenten laat liggen, want dan heb je snel weer een nieuwe plant", stelt de expert. "Dek daarna de haard ruim af met een dik zeil, zodat de stengels er niet doorheen kunnen komen. Dan voorkom je dat er fotosynthese kan plaatsvinden."

"Als laatste stap is het goed om bij te houden of de plant niet op een andere plek weer boven de grond komt."

Wie de plant gaat verwijderen, doet er verstandig aan om ook even bij de buren te kijken. "Als jij de plant weghaalt, maar zij niet, is er kans dat hij weer terugkomt. Verwijder hem daarom gelijktijdig, dan heb je meer kans dat de plant wegblijft."

Volledig uitroeien niet realistisch

Volgens Krijnse Locker is volledige uitroeiing in Nederland niet realistisch. "De plaag is inmiddels zo ver gevorderd dat het lastig wordt om de plant volledig weg te krijgen. Wel moet het mogelijk zijn om de verspreiding te beperken. Het is dan ook niet voor niets dat de Europese Unie deze plant aan banden heeft gelegd. Hij mag niet meer verhandeld worden en mag ook niet vervoerd worden als het niet is om hem af te voeren." 

Heb je de plant verwijderd? Gooi hem dan altijd bij het restafval

Tot slot heeft van Krijnse Locker nog een belangrijk punt: "Gooi de resten van de plant niet bij het GFT-afval, want we willen voorkomen dat hij zich nog een keer verspreidt. Ze moeten bij het restafval." Een andere optie is om de plant in te leveren bij de milieustraat, bij een speciaal punt voor de Japanse Duizendknoop. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *