Spring naar inhoud

Nieuw OBN-onderzoek laat zien hoe laagveensystemen weerbaarder kunnen worden gemaakt tegen uitheemse rivierkreeften. Niet het bestrijden van de rivierkreeft zelf, maar herstel van het ecosysteem is uiteindelijk de oplossing. Schoner water realiseren is daarbij de eerste stap. Predator-prooirelaties, oeverstructuur en weerbare waterplanten spelen eveneens een belangrijke rol.

Ze graven holen in oevers, vreten waterplanten weg en maken het water troebel: uitheemse rivierkreeften zijn in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de grootste kopzorgen van waterbeheerders in het Nederlandse laagveengebied. Zeven soorten hebben zich inmiddels gevestigd, waarvan de rode Amerikaanse rivierkreeft en de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft de meeste schade veroorzaken.

Maar enkel kijken naar rivierkreeften is symptoombestrijding, schrijven onderzoekers van Witteveen+Bos, Stichting Bargerveen en Natuurbalans Limes Divergens in het onderzoeksrapport. . De meeste onderzochte watersystemen staan namelijk al onder druk van verschillende negatieve invloeden, met een te hoge nutriëntenbelasting (te veel stikstof en fosfor in het water) als voornaamste boosdoener. Die verslechterde omstandigheden maken het systeem kwetsbaar voor invasies door exoten. Het rapport geeft vier handvatten om laagveensystemen weerbaarder te maken, dat zijn maatregelen op vier stuurfactoren:  nutriëntenbeschikbaarheid, predator-prooirelaties, oeverstructuur en weerbare waterplanten. 

Schoner water als eerste stap: pak de nutriëntenbelasting aan

Eén conclusie springt eruit: zonder aanpak van de nutriëntenbelasting is elke andere maatregel zinloos. Is het water te voedselrijk, dan verdwijnen ondergedoken waterplanten sowieso en dan helpt het verwijderen van kreeften niets. Overigens hebben de onderzoekers daarbij een interessante kanttekening: het wegvangen van rivierkreeften kan wel bijdragen aan het oplossen van het eutrofiëringprobleem, rivierkreeften bevatten zelf immers ook nutriënten. Door ze intensief weg te vangen, wordt er fosfor aan het systeem onttrokken. Of dit genoeg is om de waterkwaliteit merkbaar te verbeteren, zou nader onderzocht moeten worden.

Oevers vol riet, minder kreeften

Een van de meest praktisch toepasbare uitkomsten van het onderzoek betreft de oeverinrichting. Veldonderzoek in laagveengebied Terra Nova bij Loenen aan de Vecht toonde aan dat rivierkreeften aanzienlijk minder voorkomen in oevers waar ze niet kunnen graven. Oevers met houten beschoeiing hadden de laagste kreeftendichtheden, steile legakkeroevers de hoogste. De onderzoekers raden natuurlijk niet aan om overal houten beschoeiing aan te brengen, maar oevers met stevige moerasvegetatie, zoals riet en lisdodde, beperken al voldoende de graafmogelijkheden van rivierkreeften. Bovendien verminderen ze oevererosie en creëren ze leefgebied voor vissen en waterinsecten. Hierbij zitten ook soorten die rivierkreeften eten: twee vliegen in een klap.

Baars en waterwants als bondgenoot

Uit DNA-analyse van de maaginhoud van vissen en waterinsecten blijkt dat veel van die diersoorten jonge rivierkreeften eten, ook soorten waarvan dit eerder nog niet bekend was. Baars, snoek, zeelt, blankvoorn, maar ook verschillende soorten waterwantsen en waterkevers blijken kreeftjes te eten. Jonge kreeftjes zijn echter altijd in grote aantallen aanwezig, dus of deze predatiedruk echt de kreeftenpopulatie in toom houdt, is maar de vraag. Toch achten de onderzoekers het herstel van gezonde vis- en macrofaunagemeenschappen een kansrijk onderdeel van de aanpak.

Krabbenscheer. Een gezond laagveensysteem is weerbaarder tegen exotische rivierkreeftenKrabbenscheer. Een gezond laagveensysteem is weerbaarder tegen exotische rivierkreeften (Bron: Pim Lemmers)

Waterplanten veerkrachtiger dan gedacht

Het onderzoek laat ook het herstelvermogen van door kreeften aangetaste ecosystemen zien. In gecontroleerde experimenten verdwenen planten niet volledig, zelfs niet bij relatief hoge kreeftendichtheden. Sommige planten, zoals kranswieren, trokken hun biomassa ondergronds terug. Andere soorten, zoals aarvederkruid, groeiden snel weer uit vanuit afgebeten fragmenten. Vooral gemengde plantenvegetaties blijken weerbaar.

Met fuiknetten weggevangen rivierkreeften in het Naardermeer

Met fuiknetten weggevangen rivierkreeften in het Naardermeer (Bron: Suzanne Kanters)

Aanpak in juiste volgorde

De onderzoekers schetsen een duidelijke volgorde voor succesvol beheer. Eerst moet de nutriëntenbelasting omlaag. Daarna kunnen oevers worden verbeterd en kunnen vis- en insectenpopulaties zich herstellen. Pas als die randvoorwaarden op orde zijn, heeft intensief wegvangen van rivierkreeften ook duurzaam effect. De hoop is dat de kreeftenpopulatie daarna in toom gehouden wordt door voedselgebrek en predatie. Vervolgonderzoek zou moeten uitwijzen of dit echt zo is.

Meer informatie

• Het rapport 'Stuurfactoren voor weerbare laagveensystemen tegen uitheemse rivierkreeft' is te vinden op de website van OBN Natuurkennis.
• OBN Natuurkennis houdt op 19 maart om 16.00 uur een webinar over dit onderwerp. In dit OBN Kennisuur gaat Mariëlle van Riel (Stichting Bargerveen) in op de belangrijkste conclusies en adviezen uit het onderzoek. Yannick Janssen (ATKB Bodemonderzoek) vult deze bevindingen aan vanuit zijn uitgebreide praktijkervaring.

Tekst: OBN Natuurkennis
Beeld: Suzanne Kanters (leadfoto: rivierkreeft doet zich tegoed aan de vegetatie in De Wieden); Mariëlle van Riel; Pim Lemmers

De rivierkreeft wordt steeds een groter probleem voor de natuur.

Dat de Amerikaanse rivierkreeft een gevaar vormt voor de natuur was al duidelijk, maar de aantallen lopen uit de hand. Dat vindt in navolging van Hoogheemraadschap van Delfland nu ook Zuid-Hollands Landschap, een organisatie die zich inzet voor natuurbehoud. Daarom moet er een vanuit de politiek stevig plan komen om de hoeveelheid kreeften terug te dringen. Rivierkreeften knippen waterplanten weg en woelen de bodem om. Dat zorgt voor slib in het water, wat licht wegneemt en een slechte omgeving creëert voor waterplanten. Die juist hard nodig zijn voor een gezonde biodiversiteit van het water. Een voorbeeld van een waterplant die aan het verdwijnen is, is de krabbescheer. Wat weer gevolgen heeft voor de groene glazenmaker, een zeldzame libel die eitjes afzet in de planten. De krabbescheer is ook een broedplek voor zwarte sterns. Ook graven de kreeften gangen en holen in de oevers, waardoor de slootkant instabiel wordt. Delen zakken in en randen brokkelen af, waardoor onderhoud ingewikkelder en duurder wordt.

Rivierkreeften vangen werkt, maar het gebeurt nog niet op grote schaal.

Om de overlast van de kreeften te beperken, zijn er hier en daar wat kleine projecten om het aantal beestjes terug te dringen. Dat is niet genoeg, waarschuwt het Zuid-Hollands Landschap. 'Het is een systeemprobleem dat je niet met een paar projecten of een tijdelijke impuls oplost: waterkwaliteit, biodiversiteit, oeverstabiliteit, beheerlast en kosten grijpen in elkaar', aldus Jos Bisschops, directeur van de organisatie. 'Een integrale aanpak is noodzakelijk: effectief en verantwoord terugdringen van rivierkreeften, herstel van waterplanten en leefgebied, en watersystemen weerbaar maken, met langdurige monitoring en beheer.'

Hoe is de rivierkreeft in Nederland gekomen?

In de jaren zeventig werden er veel Amerikaanse rivierkreeftjes naar Nederland gehaald, ter 'versiering' van aquaria en siervijvers. De waterdieren zijn goede klimmers en kunnen dus makkelijk ontsnappen. En was er dus kans om zich te vermenigvuldigen. En omdat het klimaat steeds milder wordt (daar gedijen de uit Amerika afkomstige kreeften goed bij) en ze weinig natuurlijke vijanden hebben, leven er nu miljoenen rivierkreeften in ons land. Bij zo'n integrale aanpak is de Tweede Kamer nodig, want die kan ervoor zorgen dat er landelijk beleid komt. In zijn brandbrief roept Bisschops op tot aanpassing van wet- en regelgeving, zodat er op grotere schaal effectiever kan worden gevangen.

Om dat mogelijk te maken is er ook structureel budget nodig, plus geld voor herstel van natuur en preventie. 'Dit maakt monitoring, langdurig beheer en maatregelen als natuurvriendelijke oevers mogelijk.' Ook roept Bisschops op tot 'een samenhangende aanpak met duidelijke doelen en samenwerking tussen overheden, terreinbeheerders en waterbeheerders; niet versnipperd per plek'.

'Nu zijn we nog op tijd'

De oproep wordt ondersteund door Hoogheemraadschap van Delfland, LTO Noord, Utrechts Landschap en Landschap Noord-Holland. Ook is er een petitie gestart. De verzamelde handtekeningen worden aangeboden aan Tweede Kamerleden. 'Nú zijn we nog op tijd om schade aan onze oevers en waterkwaliteit te herstellen en het leven in onze wateren terug te brengen', aldus Bisschops. 'Als we te lang wachten zijn herstelkosten verveelvoudigd en zullen we permanent verlies van soorten moeten accepteren.'

Wat wordt er nu al gedaan?

Hoogheemraadschap van Delfland start in het voorjaar met het vangen van kreeften in tien natte ecologische zones. Hierbij vangt een visser met fuiken en korven de rivierkreeften uit het water. Dit wordt nu al op kleinere schaal gedaan. De afgelopen jaar is daarmee 80 procent van de kreeften gevangen. Het plan is om dit nu in 2027 op grote schaal te doen, op zo'n 170 locaties. Ook in omgeving Leiden is zo'n proef gedaan. Hierbij werden de oevers 'natuurvriendelijk' ingericht, door de oevers flauw te laten aflopen. Hierdoor kunnen planten makkelijker groeien en de kreeften minder makkelijk graven.