Spring naar inhoud

De Halsbandparkiet is een van de meest succesvolle en opvallende vogelexoten in Nederland en staat vaak in de aandacht. De ontwikkelingen in de aantallen en verspreiding zijn voor biologen een interessant proces. We volgen de soort daarom op de voet en besteden geregeld aandacht aan deze soort in de nieuwsbrief Kijk op Exoten. Deze keer kijken we naar de recente ontwikkelingen in de broedperiode.

De broedverspreiding van de Halsbandparkiet kan het beste in beeld gebracht worden met landsdekkende vogeltellingen, zoals die voor de Sovon-broedvogelatlassen zijn uitgevoerd. De meest recente dateert van 2013-2015. Deze laat een aaneengesloten verspreiding zien in de Randstad noordelijk tot de Zaanstreek, zuidelijk tot Rotterdam, Dordrecht en oostelijk tot Utrecht-stad. In de rest van het land werden toen sporadisch territoria vastgesteld, maar geen serieuze vestigingen. 

Broedverspreiding – langzame maar gestage uitbreiding Randstad 

In 2020 heb ik (André van Kleunen, red.) de broedverspreiding voor de periode 2017-2019 in beeld gebracht met alle gerapporteerde waarnemingen die wijzen op broedterritoria uit de databases van de Sovon-tellingen en Waarneming.nl. Dit beeld zal niet volledig zijn, maar is wel bruikbaar om te kijken of de broedverspreiding zich uitbreidt. Die liet inderdaad een uitbreiding zien van 15-20 km in Noord-Holland ten noorden van Alkmaar. Aan de zuidzijde en oostzijde van de verspreiding was de uitbreiding beperkt tot her en der enkele atlasblokken. Wel werd de streek ten oosten van Utrecht-stad gekoloniseerd, evenals Almere. Ook werd geconstateerd dat, los van het verspreidingsgebied in de Randstad, kleine maar mogelijk blijvende populaties ontstaan zijn in Eindhoven en Vlissingen/Middelburg. 

Inmiddels zijn we ruim vijf jaar verder, tijd om te kijken hoe het er nu voor staat. We hebben gebruikgemaakt van dezelfde databronnen. In figuur 1 is zichtbaar dat de soort zich vanuit de Randstad langzaam maar gestaag heeft uitgebreid met zo’n 5-10 km, naar de Hoekse Waard, Alblasserwaard, het oostelijke deel van het Groene Hart, de Vijfheerenlanden, Utrechtse Heuvelrug, Flevoland en de Kop van Noord-Holland. In figuur 1 zijn ook alle atlasblokken opgenomen waar waarnemingen in de broedtijd zijn gedaan die niet meteen indicatief zijn voor een broedterritorium, zoals waarnemingen van losse individuen of overvliegende vogels. Dan is een veel ruimere verspreiding zichtbaar. Tot in het westen van Gelderland is die vrijwel aaneengesloten. Het is duidelijk dat Halsbandparkieten al in een veel groter gebied actief zijn, dan waar daadwerkelijk gebroed wordt. Dit zou een indicatie kunnen zijn van waar het de komende decennia naar toe gaat.

Figuur 1. Gereconstrueerde  verspreiding van de hals bandparkiet in de broedtijd  in 2023-2025 en de verande ring in de verspreiding sinds  2013-2015. Bronnen: Sovon,  Waarneming.nl

Figuur 1. Gereconstrueerde verspreiding van de Halsbandparkiet in de broedtijd in 2023-2025 en de verandering in de verspreiding sinds 2013-2015. Bronnen: Sovon, Waarneming.nl

Enkele kleine gevestigde populaties buiten de Randstad

Buiten de Randstad en omgeving wordt de soort ook geregeld waargenomen, maar is de verspreiding verre van aaneengesloten. Als gekeken wordt naar waarnemingen die wijzen op broedterritoria, dan zijn er alleen wat losse bezette atlasblokken zichtbaar met wat kleine clustertjes. In de regio Eindhoven zijn jaarrond enige tientallen Halsbandparkieten aanwezig. In 2025 werden er maximaal 41 exemplaren waargenomen. In 2019 werden daar nog slechts maximaal 18 exemplaren gerapporteerd. Het is niet duidelijk hoeveel vogels er daadwerkelijk broeden. Ook in Breda lijkt de soort zich gevestigd te hebben, of hij staat op het punt dat te doen. Concrete broedgevallen zijn niet bekend, maar de soort wordt er jaarrond waargenomen met maximaal 20 gerapporteerde exemplaren in 2025. Verder wordt de Halsbandparkiet jaarrond in kleine aantallen waargenomen in Putte nabij de Belgische grens. Wellicht een voorbode van uitbreiding vanuit Antwerpen, waar een grote populatie huist. In Vlissingen/Oost-Souburg Zl, lijkt zich ook een kleine populatie te hebben gevestigd. Er zijn broedindicatieve waarnemingen gedaan. In 2025 werden maximaal 14 exemplaren gerapporteerd. In 2019 waren dit er opvallend genoeg meer: 23. Ook in de regio Coevorden Ov is de soort nog altijd in substantiële aantallen aanwezig; maximaal 25 gerapporteerd in 2025.

Toename aantallen broedvogels in Nederland

De aantalsontwikkeling wordt goed met steekproeftellingen gevolgd en laat nog altijd een toename zien. De landelijke broedaantallen zijn lastiger in beeld te brengen; daarvoor is de soort inmiddels te talrijk. Eens in de pakweg 15 jaar wordt de vogelbevolking van heel Nederland in beeld gebracht in broedvogelatlassen. Die bieden de mogelijkheid om een aantalsschatting te maken. In 2013-2015 ging het om 2.000-2.300 broedparen. Er is ook een schatting gemaakt voor 2018-2020 door extrapolatie met trendgegevens. Die komt wat hoger uit op 2.500-3.000 broedparen. Gezien de aantalsgroei sindsdien, is het aannemelijk dat daar weer een paar duizend broedparen bij zijn gekomen. De wintertellingen op slaapplaatsen van 2024-25 laten zien dat er 27.500-28.000 Halsbandparkieten in Nederland aanwezig zijn. Het verschil met de broedaantallen is opvallend groot, al moet bedacht worden dat hieronder ook (jonge) vogels zitten die (nog) niet broeden. De toename in Nederland is niet uniek. Ook in Groot-Brittannië is er een voortdurende toename en lijkt de broedpopulatie zich in 10-15 jaar tijd te hebben verdubbeld. In 2016 ging het al om 12.000 paren. In Duitsland is er een zelfde beeld: in 2011-2016 een schatting van 1.700-2.500 broedparen en voor 2017 2022 meer dan het dubbele: 4.600-7.500.

Figuur 2. Aantalsontwikkeling halsbandparkiet als broedvogel in  Nederland. De index op de y-as is een maat voor de aantallen.

Figuur 2. Aantalsontwikkeling Halsbandparkiet als broedvogel in Nederland. De index op de y-as is een maat voor de aantallen. Bronnen: Sovon, RWS, CBS, provincies

Waarnemingen doorgeven

Sovon start eind 2026 een nieuw atlasproject. Houd hiervoor de berichtgeving op de Sovon-website in de gaten. Goede data zijn hiervoor uiteraard cruciaal. Losse waarnemingen, zeker die buiten bekende verspreiding en die wijzen op broeden, graag melden via Waarneming.nl of Telmee.nl. We volgen de aantalsontwikkelingen van de broedvogels met tellingen in steekproefgebieden (BMP-plots) en punttellingen in bebouwd gebied (MUS-tellingen).

Kijk op exoten

Dit artikel verscheen in de nieuwsbrief Kijk op Exoten. Deze nieuwsbrief maakt onderdeel uit van het Signaleringsproject Exoten, dat op initiatief van het Team Invasieve Exoten (Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit) is opgestart.

Inwoners van Aalsmeer en Amstelveen krijgen via de gemeente speciale vallen om de Aziatische hoornaar te vangen en zo de populatie in te dammen. Dat is nodig nu de provincie Noord-Holland een stap terugdoet in de bestrijding. In het vroege voorjaar is het nog stil in Aalsmeer en bijen laten zich nauwelijks zien. Maar dat betekent niet dat de Aziatische hoornaar er niet is. Volgens de gemeente en lokale imkers zit het insect er wel degelijk en vormt hij een groeiend risico voor de gezondheid en biodiversiteit. 

Sering moet blijven

In de historische tuin aan het Praamplein, wijst tuinmeester Hen Bax op de sering, waar Aalsmeer bekend om staat. Juist hier draait alles om bestuiving. En daar wringt het, zegt imker Eric van der Meer, terwijl hij bij zijn bijenkasten staat. Bijen vliegen af en aan met stuifmeel, maar krijgen steeds vaker te maken met de nieuwe vijand. “De hoornaar is op zoek naar makkelijke prooien en die zweeft als een soort helikopter voor de kast, waardoor de bijen de kast niet meer uit durven.” Het gevolg is dat het volk verzwakt en uiteindelijk kan sterven, met directe gevolgen voor bestuiving.

Ilex-teler Karlo Buijs is al generaties actief in de regio. "Je bent afhankelijk van het weer en de bij", zegt hij. Als de bij wegvalt, kan de schade groot zijn. "Het kan soms wel de helft schelen en als je voor een hele mooie tak tweeënhalve euro hebt, reken maar uit en als alles zo is, gaat dat toch wel enorm in de papieren lopen."

Volgens onderzoeker Arnold van Vliet van de Wageningen University & Research zijn die zorgen terecht, al plaatst hij ook een nuance. Volgens Van Vliet zijn er weinig harde cijfers over de totale impact die de komst van de Aziatische hoornaar kan hebben. "Maar ze zullen zeker een effect hebben daar." Hij twijfelt of het plaatsen van vallen veel gaat helpen. Hij noemt het 'een druppel op een gloeiende plaat.' 

Samen met de imkervereniging zetten Aalsmeer en Amstelveen in op bewoners. Wijkcoördinatoren brengen vallen langs waarmee koninginnen gevangen moeten worden, zodat zij geen nieuwe nesten kunnen bouwen.

Gevaar van nesten

Volgens de gemeenten gaat het niet alleen om economische schade door verlies van bijenvolken, maar zijn er ook zorgen over gezondheidsrisico’s, bijvoorbeeld als een nest bij kwetsbare mensen hangt of voor gevaarlijke verkeerssituaties zorgt. De werking is simpel, legt coördinator Nathalie van der Meer uit. “Onderin zit een zoete lokstof, daar komen de hoornaars op af en dan komen ze in het bovenste gedeelte terecht, want ze willen naar het licht, en als ze daar doorheen zijn dan zitten ze vast.” Andere insecten kunnen via kleine openingen ontsnappen.

Wie denkt een hoornaar te hebben gevangen, kan dat melden via de Fixi-app. Die melding komt bij de gemeente terecht en wordt doorgestuurd naar imkers voor controle en afhandeling. Toch blijft de vraag hoeveel effect het heeft. “Gezien de enorme uitbreiding van de populatie is dat denk ik een druppel op een gloeiende plaat”, aldus Van Vliet. Voorlopig hopen gemeenten en imkers vooral op betrokken bewoners. Want volledig stoppen lukt niet meer, maar beperken misschien nog wel.

Reactie provincie

De provincie Noord-Holland laat weten dat de aanpak is aangepast omdat volledige uitroeiing, ondanks intensieve inzet sinds 2023, niet haalbaar blijkt en het aantal nesten blijft toenemen. Vanaf 2026 wordt daarom gekozen voor een gerichte aanpak, waarbij alleen nesten worden verwijderd die een risico vormen voor natuur, veiligheid of bij acuut steekgevaar. Daarbij blijft de provincie samenwerken met imkers en gemeenten en zijn meldingen van inwoners essentieel.