Spring naar inhoud

Tientallen miljoenen rode kreeften zwemmen in de Nederlandse sloten. Ze vormen een plaag en de natuur lijdt er flink onder. Zo erg dat het leven uit sloten verdwijnt. Als ingrijpen uitblijft, worden sloten in West-Nederland "een decor zonder spelers". Bezorgd kijkt René Garskamp over een sloot in het kleine Utrechtse natuurgebied Sonsbrug. Hij is boswachter voor zowel het Zuid-Hollands Landschap als het Utrechts Landschap. De sloot waar hij over kijkt is leeg, zoals je op de foto hieronder kunt zien. Er is alleen een modderige bodem te zien. "Het wordt een decor zonder spelers", zegt hij.

Beeld: Job van der Plicht

Op het oog is het alsof dat decor een prachtige oud-Hollandse ansichtkaart is: hooilanden vol bloemen en een rij knotwilgen langs de sloot. Maar in die sloot is het stil. Er zwemmen geen vissen, salamanders of waterinsecten. Ook ontbreekt het geluid van kikkers. Tot een jaar of vijf geleden zat de sloot nog vol leven. De sloot zou nu dichtgegroeid moeten zijn met waterplanten. Er zouden snoeren van paddeneitjes aan vast moeten zitten en waterinsecten, vissen, kikkers en salamanders zouden in de sloot moeten leven. Maar de sloot is leeg. "Er groeien alleen nog maar algen", vertelt Garskamp somber. De dader is dus de Amerikaanse rivierkreeft. De kreeften zijn massaal aanwezig in de waterrijke delen van Nederland. "En ze vreten alles op", zegt Garskamp. "Ik maak me echt grote zorgen."

Kreeften knippen en graven veel kapot

Garskamp is niet de enige. Vooral in het westen van Nederland zitten natuurbeheerders en waterschappen met de kreeften in de maag. Het gaat om verschillende soorten kreeften uit Noord-Amerika, die vaak op een hoop worden geveegd tot rode Amerikaanse rivierkreeft. Enkele decennia geleden werden ze voor het eerst in de natuur gezien, waarschijnlijk doordat ze zijn ontsnapt of uitgezet. De kreeften konden zich massaal verspreiden, doordat ze in eerste instantie geen natuurlijke vijanden kenden en tot wel zeshonderd jonge kreeftjes per keer kunnen krijgen. Exacte cijfers zijn er niet, maar naar schatting gaat het inmiddels om tientallen miljoenen kreeften, verspreid over de waterrijke delen van Nederland.

Met hun gewoel en gegraaf maken ze heldere sloten troebel. Veel diersoorten kunnen daardoor niet overleven. Als ze al niet opgegeten worden door de kreeften. Want de Amerikaanse rivierkreeft eet zo ongeveer alles wat op zijn pad komt. Visjes, eitjes van kikkers, padden en salamanders en ze knippen waterplanten stuk. Krabbenscheer is bijvoorbeeld een van de waterplanten die verdwijnen door het geknip van de kreeften.

De plant had het al moeilijk door water dat niet overal even schoon is. Verschillende libellensoorten zijn dan weer afhankelijk van krabbenscheer. En de kreeften graven ook nog eens holletjes in de oevers van sloten, die daardoor instabiel worden, zoals je op onderstaande foto ziet.

Beeld: Zuid-Hollands Landschap

Onenigheid over betalen van rekening

Waterschappen maken zich daarom al langer grote zorgen over de aanwezigheid van de kreeften. Inmiddels kun je weleens een meeuw, fuut of reiger zien die een Amerikaanse rivierkreeft eet. Maar het zijn er zoveel dat er voor andere dieren niet tegenop te eten is. Verschillende waterschappen zijn pilots gestart om te kijken wat de effectiefste manier is om de kreeften te vangen. Maar een centrale aanpak is er niet.

Bovendien is de vraag wie het vangen moet betalen. Het Hoogheemraadschap van Delfland is dit jaar begonnen met het vangen van de Amerikaanse rivierkreeft op uiteindelijk 170 plekken. Dat kost 13 miljoen euro. Het hoogheemraadschap vindt dat het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat bedrag moet betalen, maar daar zijn ze het in Den Haag niet mee eens. "We moedigen grootschalig vangen aan, maar de kosten ervan liggen bij het waterschap", zegt een woordvoerder.

Beeld: Zuid-Hollands Landschap/Ruben Ariaans

'Zorgen over voortbestaan padden en salamanders'

De discussie over wie het kreeftenprobleem moet oppakken speelt al langer. Voor de zomer hoopt het ministerie met een plan te komen waarin de verantwoordelijkheden duidelijker verdeeld zijn. Daarnaast moeten nieuwe regels het makkelijker maken om de kreeften te vangen. Nu mogen alleen professionele vissers de kreeften vangen. Medewerkers van waterschappen mogen dat alleen met een ontheffing. Dat betekent dat als bijvoorbeeld muskusrattenvangers ook kreeften vangen, ze de kreeften weer vrij moeten laten. Nieuwe regels moeten die voorwaarden versoepelen.

Boswachter Garskamp vindt dat het daar hoog tijd voor wordt. "We zijn al veel te laat. Ik maak me grote zorgen over het voortbestaan van de gewone pad, heikikker en kamsalamander. Dat zijn soorten die karakteristiek zijn voor het Nederlandse landschap." Omdat er al zoveel Amerikaanse rivierkreeften zijn en omdat ze zich snel vermenigvuldigen, is uitroeien een lastige klus. "We moeten vangen, vangen, vangen. Als we hoeveelheid eerst eens terugbrengen, dan stort zo'n populatie in", zegt Garskamp. Of het uiteindelijk lukt alle kreeften uit de sloot te vissen is de vraag. "Maar er moet in ieder geval een wil zijn. Ik heb het idee dat die nu ontbreekt."

De kans is groot dat u de Aziatische tijgermug nog nooit heeft gezien, maar toch is deze mug in opkomst in Nederland. Deze kleine, zwart-witte mug wordt al sinds 2005 af en toe aangetroffen, en steeds vaker ook in woonwijken. Deze ontwikkeling sluit aan bij een bredere verspreiding van de soort binnen Europa.

De aziatische tijgermug (Aedes albopictus) dook eerst vooral op bij bedrijven die importproducten verwerken, zoals gebruikte banden en ‘Lucky bamboo’-planten. Deze introductieroutes worden in Nederland goed gemonitord en hangen samen met de invoer van eitjes, die langdurige droogte kunnen overleven. Inmiddels is het beeld in Nederland echter verschoven. Steeds vaker komen meldingen ook uit gewone tuinen en straten. Dat maakt de aanpak ingewikkelder – en tegelijk persoonlijker.

Hoe de tijgermug met ons meereist

Inspecteurs van de NVWA controleren plekken met stilstaand water op de aanwezigheid van de Aziatische tijgermug
Inspecteurs van de NVWA controleren plekken met stilstaand water op de aanwezigheid van de Aziatische tijgermug (Bron: NVWA)

De Aziatische tijgermug komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, maar heeft zich via internationale handel en transport over de wereld verspreid. Met name de handel in gebruikte banden – zoals van vrachtwagens, tractoren en vliegtuigen – speelt daarbij een belangrijke rol. Ook verkeer draagt hieraan bij, doordat volwassen muggen passief kunnen worden meegevoerd in voertuigen. Eenmaal aangekomen, heeft de mug weinig nodig om zich voort te planten. Een laagje water in een bloempot, een regenton of een vergeten emmer is al voldoende. De soort maakt gebruik van kleine, tijdelijke waterreservoirs, wat haar succesvol maakt in stedelijke omgevingen.

De NVWA monitort op risicolocaties

Bepaalde locaties spelen een belangrijke rol bij de introductie en verspreiding van de Aziatische tijgermug. Langs snelwegen, bij gebruikte bandenbedrijven, op luchthavens en bij zeehavens is de kans groter dat de tijgermug in Nederland binnenkomt. Op deze zogeheten risicolocaties voert de NVWA jaarlijks gerichte monitoring en controles uit, bijvoorbeeld met vallen en inspecties van potentiële broedplaatsen. Als daar tijgermuggen worden aangetroffen, volgen direct maatregelen om verdere verspreiding te voorkomen. Deze aanpak is risicogestuurd en gebaseerd op bekende introductieroutes uit binnen- en buitenland.

Aanpak in ontwikkeling

In Nederland spoort de NVWA de tijgermug al jaren actief op. Zodra ergens een Aziatische tijgermug wordt gevonden, volgt onderzoek en worden bestrijdingsmaatregelen genomen met als doel uitroeiing van de nieuw gedetecteerde, beginnende populatie. Bij recente vondsten ging het daarbij vaak om kleine populaties in een vroeg ontwikkelingsstadium, die snel konden worden uitgeroeid. Dit geeft aan dat snelle melding door burgers, opvolging en tijdige bestrijding effectief zijn.

Toch wordt het steeds lastiger om vestiging volledig te voorkomen, gezien de toename van het aantal locaties waar de Aziatische tijgermug wordt geïntroduceerd. Modellen en waarnemingen uit omringende landen laten zien dat klimatologische omstandigheden in delen van Nederland geschikt zijn voor overwintering. De verwachting is dat de soort zich op termijn ook hier lokaal permanent zal vestigen, net als in andere delen van Europa. Wanneer dat gebeurt, zal uitroeiing zeer lastig zijn en verschuift de focus naar beheersing. Regelmatige en gerichte bestrijding zal dan blijvend nodig zijn om overlast en eventuele ziekteoverdracht zo beperkt mogelijk te houden.

Een Aziatische tijgermug wordt bekeken in het NVWA-laboratorium in WageningenEen Aziatische tijgermug wordt bekeken in het NVWA-laboratorium in Wageningen (Bron: NVWA)

Heeft u een tijgermug gezien?

Denkt u een Aziatische tijgermug gezien te hebben en wilt u dit melden? Dit kunt u doen:

  • Probeer de mug te vangen of dood te slaan en bewaar deze in de vriezer voor mogelijk onderzoek, bijvoorbeeld in een potje. Zorg dat dit potje van binnen droog is.
  • Maak een aantal foto's van de mug tegen een neutrale achtergrond, zoals een muur of een vel papier. Probeer ervoor te zorgen dat het kenmerkende witte streepje op de rug goed zichtbaar is.
  • Voeg de foto’s toe aan uw online melding bij de NVWA.  

Na ontvangst van uw melding worden uw foto’s bekeken door een entomoloog van het Centrum Monitoring Vectoren (CMV) van de NVWA. Aanvullende analyse kan nodig zijn, dus bewaar de mug goed. Als we bevestigen dat het inderdaad een Aziatische tijgermug is, nemen we contact met u op voor verdere stappen. Vroegtijdige meldingen helpen om snel in te grijpen en verdere verspreiding te voorkomen.

Waarom tuinen extra belangrijk zijn

Wat de Aziatische tijgermug kenmerkt, is dat zij sterk gebonden is aan kleine, kunstmatige waterbronnen in de directe leefomgeving van mensen. Ze legt haar eitjes in kleine, tijdelijke waterreservoirs, zoals bloempotten, regentonnen en vergeten emmers. Dit type habitat komt vooral voor in tuinen en woonwijken.

Dat betekent dat bestrijding niet alleen een taak is van de ongediertebestrijders in opdracht van de NVWA. Juist bewoners spelen een belangrijke rol. Door stilstaand water te verwijderen, mogelijke broedplaatsen schoon te schrobben of te verwijderen, en regentonnen muggendicht af te sluiten, kan worden voorkomen dat eitjes zich ontwikkelen tot nieuwe muggen. Omdat veel van deze broedplaatsen kleinschalig en verspreid zijn, is bronreductie op huishoudniveau een essentieel onderdeel van de aanpak.

Een Aziatische tijgermugEen Aziatische tijgermug (Bron: NVWA)

Meer dan alleen overlast

Voor veel mensen zijn muggen vooral een bron van irritatie: jeuk, gezoem en slapeloze nachten. De Aziatische tijgermug voegt daar een extra dimensie aan toe. Deze soort is sterk gebonden aan de directe leefomgeving van mensen en is bovendien vooral overdag actief. Daarmee wijkt zij af van de huissteekmug, die vooral 's nachts actief is in de slaapkamer. Door de aanwezigheid van de tijgermug in delen van Europa worden in de laatste jaren lokale transmissies (autochtone gevallen) van virussen, zoals dengue en chikungunya waargenomen. Hoewel er in Nederland momenteel geen sprake is van gevestigde populaties en het risico op lokale transmissie daardoor zeer beperkt is, laat de opmars in Europa zien dat alertheid belangrijk blijft.

Wat u zelf kunt doen

De aanpak van de Aziatische tijgermug begint verrassend dicht bij huis. Even een bakje leeggooien en schoonmaken, een vergeten emmer omkeren of een regenton afdekken, kan al verschil maken op locaties waar de mug is waargenomen. Juist omdat de soort afhankelijk is van kleinschalige broedplaatsen, kan bronreductie op huishoudniveau een aantoonbaar effect hebben op populatieopbouw van de tijgermug – en tegelijkertijd effect hebben op populaties van de huissteekmug. Door deze eenvoudige maatregelen regelmatig, bijvoorbeeld wekelijks, uit te voeren, wordt een kleine handeling onderdeel van een grotere, gezamenlijke inspanning: het zo lang mogelijk tegengaan van de vestiging van deze exotische muggensoort in Nederland.