Spring naar inhoud

De rivierkreeft wordt steeds een groter probleem voor de natuur.

Dat de Amerikaanse rivierkreeft een gevaar vormt voor de natuur was al duidelijk, maar de aantallen lopen uit de hand. Dat vindt in navolging van Hoogheemraadschap van Delfland nu ook Zuid-Hollands Landschap, een organisatie die zich inzet voor natuurbehoud. Daarom moet er een vanuit de politiek stevig plan komen om de hoeveelheid kreeften terug te dringen. Rivierkreeften knippen waterplanten weg en woelen de bodem om. Dat zorgt voor slib in het water, wat licht wegneemt en een slechte omgeving creëert voor waterplanten. Die juist hard nodig zijn voor een gezonde biodiversiteit van het water. Een voorbeeld van een waterplant die aan het verdwijnen is, is de krabbescheer. Wat weer gevolgen heeft voor de groene glazenmaker, een zeldzame libel die eitjes afzet in de planten. De krabbescheer is ook een broedplek voor zwarte sterns. Ook graven de kreeften gangen en holen in de oevers, waardoor de slootkant instabiel wordt. Delen zakken in en randen brokkelen af, waardoor onderhoud ingewikkelder en duurder wordt.

Rivierkreeften vangen werkt, maar het gebeurt nog niet op grote schaal.

Om de overlast van de kreeften te beperken, zijn er hier en daar wat kleine projecten om het aantal beestjes terug te dringen. Dat is niet genoeg, waarschuwt het Zuid-Hollands Landschap. 'Het is een systeemprobleem dat je niet met een paar projecten of een tijdelijke impuls oplost: waterkwaliteit, biodiversiteit, oeverstabiliteit, beheerlast en kosten grijpen in elkaar', aldus Jos Bisschops, directeur van de organisatie. 'Een integrale aanpak is noodzakelijk: effectief en verantwoord terugdringen van rivierkreeften, herstel van waterplanten en leefgebied, en watersystemen weerbaar maken, met langdurige monitoring en beheer.'

Hoe is de rivierkreeft in Nederland gekomen?

In de jaren zeventig werden er veel Amerikaanse rivierkreeftjes naar Nederland gehaald, ter 'versiering' van aquaria en siervijvers. De waterdieren zijn goede klimmers en kunnen dus makkelijk ontsnappen. En was er dus kans om zich te vermenigvuldigen. En omdat het klimaat steeds milder wordt (daar gedijen de uit Amerika afkomstige kreeften goed bij) en ze weinig natuurlijke vijanden hebben, leven er nu miljoenen rivierkreeften in ons land. Bij zo'n integrale aanpak is de Tweede Kamer nodig, want die kan ervoor zorgen dat er landelijk beleid komt. In zijn brandbrief roept Bisschops op tot aanpassing van wet- en regelgeving, zodat er op grotere schaal effectiever kan worden gevangen.

Om dat mogelijk te maken is er ook structureel budget nodig, plus geld voor herstel van natuur en preventie. 'Dit maakt monitoring, langdurig beheer en maatregelen als natuurvriendelijke oevers mogelijk.' Ook roept Bisschops op tot 'een samenhangende aanpak met duidelijke doelen en samenwerking tussen overheden, terreinbeheerders en waterbeheerders; niet versnipperd per plek'.

'Nu zijn we nog op tijd'

De oproep wordt ondersteund door Hoogheemraadschap van Delfland, LTO Noord, Utrechts Landschap en Landschap Noord-Holland. Ook is er een petitie gestart. De verzamelde handtekeningen worden aangeboden aan Tweede Kamerleden. 'Nú zijn we nog op tijd om schade aan onze oevers en waterkwaliteit te herstellen en het leven in onze wateren terug te brengen', aldus Bisschops. 'Als we te lang wachten zijn herstelkosten verveelvoudigd en zullen we permanent verlies van soorten moeten accepteren.'

Wat wordt er nu al gedaan?

Hoogheemraadschap van Delfland start in het voorjaar met het vangen van kreeften in tien natte ecologische zones. Hierbij vangt een visser met fuiken en korven de rivierkreeften uit het water. Dit wordt nu al op kleinere schaal gedaan. De afgelopen jaar is daarmee 80 procent van de kreeften gevangen. Het plan is om dit nu in 2027 op grote schaal te doen, op zo'n 170 locaties. Ook in omgeving Leiden is zo'n proef gedaan. Hierbij werden de oevers 'natuurvriendelijk' ingericht, door de oevers flauw te laten aflopen. Hierdoor kunnen planten makkelijker groeien en de kreeften minder makkelijk graven.

De overlast die de Aziatische hoornaar veroorzaakt, kan nog wel eens behoorlijk ernstige vormen gaan aannemen, met name in de maanden september en oktober. Dit insect vormt een serieuze bedreiging voor zowel mensen en dieren en daarmee ook een belangrijk deel van het ecosyteem. Zo kan een zwerm Aziatische hoornaars bijvoorbeeld in een uur tijd een compleet bijen- of wespenvolk uitmoorden. Dat is desastreus voor de biodiversiteit, waaraan de laatste jaren nou juist zo koortsig wordt gewerkt ter verbetering. De Heilooër imker Jan Adrichem luidt de noodklok.

De Aziatische hoornaar komt sinds een jaar of acht voor in Nederland, opgerukt vanuit onder meer Duitsland, België en Frankrijk. “Als gevolg van het groeiende mondiale handelsverkeer is deze soort vanuit Azië hierheen geïmporteerd, hoogstwaarschijnlijk via containers in het zuiden van Frankrijk”, vertelt Jan Adrichem. De inwoner van Heiloo is - evenals zijn twee zoons - al jarenlang een bevlogen imker en weet waarover hij praat, dat is duidelijk. Over het imkerwerk later meer, eerst aandacht voor de hoornaar.

Overlevingskans

“Het gevaar dat de Aziatische hoornaar vormt, moeten we echt niet onderschatten met z’n allen”, vervolgt Jan. “Verdwijnen doet ie sowieso niet meer, daarvoor is deze uitheemse insectensoort al te ver opgerukt binnen Europa. De al heter en droger wordende zomers versterken de overlevingskans van hoornaars, plus het feit dat ze weinig natuurlijke vijanden hebben.” Het is nu aan de mens om de overlast trachten te minimaliseren. Daarvoor benodigde maatregelen hadden al veel eerder moeten plaatsvinden, maar zoals met veel problematiek wordt er niet daadkrachtig genoeg geanticipeerd. “De snelle opkomst van de Aziatische hoornaar heeft aanzienlijk méér ecologische invloed, dan algemeen gedacht. De boel wordt volgens mij en collega-imkers nogal gebagatelliseerd. Het lijkt vaak wel of vanuit overheidsinstanties soms naar minder argumenten wordt gezocht, om minder te hoeven doen. Geloof mij: we hebben inmiddels een serieus probleem…”

Agressief

De Aziatische hoornaar is een opportunist en pakt alles, zoals bijvoorbeeld ook een vos alles vreet wat ie maar kan grijpen. Daarvan is al jarenlang bekend, wat díe bij onder meer konijnen, fazanten en meeuwen in het duingebied heeft aangericht. Om over de wolvenkwestie nog maar te zwijgen. Snelle actie is met de Aziatische hoornaar dan ook allang geboden. “Individueel gezien reageert deze insectensoort nog niet eens zo fel, maar op het nest zijn ze zeer agressief. Daarbij kunnen ze behoorlijk steken en spuiten ze hun gif vaak richting het gezicht, dus dat is echt bloedlink.”

Groot gevaar

Nogal alarmerend dus, al helemaal met de wetenschap hoe snel het aantal nesten zich vermeerdert. “De koningin maakt in het vroege voorjaar eerst een klein nest, dat zich in mei/juni verplaatst naar bomen op een hoogte van tien tot twintig meter. Ze kunnen mogelijk ook lager gaan zitten, zoals in struiken op twee tot drie meter hoogte. Dat soort plekken vormt een groot gevaar voor met name mensen, gezien de hoogte.” Uit elk nest van de Aziatische hoornaar komen tachtig tot negentig koninginnen voort, waarvan er circa twintig elk een nieuw nest vormen. Een simpele rekensom leert, hoe snel de boel zich zodoende uitbreidt. Dat zijn per nest sowieso al twintig nieuwe nesten op jaarbasis. Dat de alarmbel bij diverse deskundigen al geruime tijd rinkelt, moge duidelijk zijn.

Ecologische ramp

De Aziatische hoornaar vormt niet alleen een gevaar voor mensen, maar zéker ook voor onder meer vliegen, spinnen en wespen. Insecten die eveneens nogal overlast kunnen bezorgen, maar die tegelijkertijd wel zeer nuttig zijn voor het algehele ecosysteem.

“Zo’n honderd van die hoornaars kunnen een nest met duizenden honingbijen of wespen in een uur tijd volledig uitroeien. Ze dringen binnen, bijten de koppen eraf en vreten ze op. Dat, terwijl ze zelf qua aantal in de minderheid zijn…” Goed, om dat even te laten doordringen. Hoog tijd om mensen te informeren over de Aziatische hoornaar, oppert Jan Adrichem. “Wat is het, hoe herken je ‘m en wat te doen als je ‘m ziet? Speerpunten waarmee betrokken deskundigen al druk doende zijn. Imkerverenigingen zoals die waar mijn zoons en ik bij zijn aangesloten, sporen wel hoornaars op maar laten de bestrijding over aan specialisten. Zo wordt vanuit de provincie een gespecialiseerd team uitbesteed, dat hoornaars bestrijdt. Verdelging van een nest is nogal kostbaar, mede door het in te zetten materieel. Dat gegeven samen met het gevaar voor de zo gekoesterde biodiversiteit, impliceert dat een ecologische ramp op de loer ligt. En die gaat ook economische gevolgen krijgen, in verband met vele te maken kosten.

Waarnemingen.nl

De Adrichems zijn met Imkerij Heiloo aangesloten bij de Nederlandse Bijenhoudersvereniging Noord-Holland Midden, die actief is in een werkgebied tussen pakweg Schagen, Middenbeemster en Beverwijk. De vereniging telt circa 110 leden, die naast reguliere werkzaamheden druk bezig zijn om een netwerk op te bouwen voor het signaleren van Aziatische hoornaars. “Wij imkers plaatsen bijvoorbeeld al lokpotten en mede daarmee weten we nesten in de omgeving te traceren. We hebben heel hard mensen nodig om te helpen met het lokaliseren van hoornaarnesten. Zo kan iedereen indien mogelijk een foto van een hoornaar en/of het nest maken en die opsturen via waarnemingen.nl. Alleen dát al kan een belangrijke bijdrage tot bestrijding betekenen. Al dient wel iedereen uiteraard eerst de menselijke veiligheid in acht te nemen.” Duidelijk is, dat Jan zich evenals zijn zoons en collega-imkers grote zorgen maakt over de ontwikkelingen van de Aziatische hoornaar. “Nederland heeft sowieso nogal een monocultuur en dit vormt een aanzienlijk, niet langer te onderschatten gevaar voor vele soorten insecten.”

Honing is bijzaak

Al jarenlang zijn de Adrichems behept met het wel en wee van honingbijen, verenigd in Imkerij Heiloo. Totaal telt deze gemeente zo’n vijftien imkers, die in en rond Heiloo tien tot twaalf volken bestieren. “Zelf imkeren wij vooral voor het welzijn van de bij, de honing komt erna pas. Het zit tegen het biologisch-dynamisch bijenhouden aan, wat wij doen. Het is natuurlijk hartstikke leuk om er wat honing aan over te houden, maar dat is bijzaak. Als je vooral voor een maximale honingopbrengst ter consumptie gaat, doe je aan veeteelt zoals wij dan zeggen…” Honingbijen vliegen op alle bloemen, wilde bijen gaan alleen af op specifieke bloemsoorten. Die ontbreken nogal in ons land, waarmee de wilde bij onder druk staat. Met de algehele bijenstand is het welbeschouwd al jarenlang slecht gesteld, mede door pesticidegebruik, de virus verspreidende varroamijt, intensieve imkerij en de nog altijd wijdverspreide monocultuur en daarmee armoedige biodiversiteit. “Al komt daar gelukkig wel al meer beweging in, door bijvoorbeeld niet zo snel te beginnen met maaien, paardenbloemen wat langer te laten staan en meer klaver in weilanden te laten groeien.” Ondertussen doen imkers er alles aan om de bijenstand niet nog meer te laten teruglopen, maar juist liever nog te doen toenemen. “Al is het wel zo dat binnen de imkerwereld nogal wat verschillende visies bestaan, maar gelukkig zitten mijn zoons en ik redelijk op dezelfde lijn…”

Informatie

Kijk voor meer informatie op https://noordhollands-midden.debijenhouders.nl. Imkerij Heiloo is te vinden op Facebook. Wie inheemse, biologische planten en bloemen zoekt, kan die onder meer vinden op www.imkerpedia.nl. Aziatische hoornaars graag met foto melden op https://waarneming.nl/go/vespa-velutina/. Eventueel melden van Aziatische hoornaars en/of aanmelden voor de Zoekgroep Aziatische Hoornaar Noord-Holland Midden kan via zoekgroep.ah.nhm@gmail.com.