Spring naar inhoud

De Aziatische bidsprinkhaan is in opmars in Europa en kan een bedreiging vormen voor lokale ecosystemen, waarschuwen Italiaanse wetenschappers in een nieuwe studie. De insecten zijn momenteel vooral in stedelijke gebieden in Italië en de Balkan te vinden. "Er zijn een aantal aanwijzingen dat het een invasieve soort zou kunnen worden", zegt insectenkenner Peter Berx. Van de Aziatische hoornaar heb je ongetwijfeld al gehoord, maar wist je dat ook de Aziatische bidsprinkhaan aan een opmars bezig is in Europa? Die lijken op de Europese bidsprinkhanen, maar zijn groter. "Waar de Europese een vijftal centimeter is, zijn de Aziatische tussen de 7 en 9 centimeter", zegt insectenkenner Peter Berx in 'Nieuwe feiten' op Radio 1.

De beestjes ontlenen hun naam aan het feit dat ze in rust hun beide voorste 'grijpklauwen' voor zich uit houden, net alsof ze aan het bidden zijn. Met sprinkhanen hebben ze verder weinig te maken. "Bidsprinkhanen zijn eerder verwant aan de kakkerlakken dan aan sprinkhanen. Over het algemeen springen ze ook niet." Op dit moment is de Aziatische soort al in Italië en in de Balkan te vinden, maar hun aantallen groeien en ze trekken ook steeds noordelijker. "Er wordt vermoed dat ze hier door menselijk toedoen terecht zijn gekomen", zegt Berx. "Ze worden via het internet verkocht als huisdieren. Ik kan me voorstellen dat er mensen de dieren in huis halen, en ze buitenzetten in plaats van te doden als ze ze beu zijn."

De insecten doen de mens niet per se kwaad, maar de verspreiding van de Aziatische soort kan wél invloed hebben op de Europese ecosystemen en biodiversiteit. Dat schrijven Italiaanse wetenschappers in een nieuwe studie. Het gaat specifiek om de soorten 'Hierodula tenuidentata' en 'Hierodula patellifera'. "Hun komst is slecht nieuws. Er zijn een aantal indicaties dat het een invasieve soort zou kunnen worden", beaamt Berx. Dat zijn dieren die niet alleen door de mens in een nieuw gebied terechtkomen, maar daar ook schade veroorzaken.

Aan tafel!

"Net als alle andere bidsprinkhanen eten ze andere dieren, voornamelijk insecten. Omdat ze groter zijn, kunnen ze ook grotere insecten aan, zoals hommels. Ze zijn zelfs zo fors dat ze kleine hagedissen of kikkers aankunnen." Ze hebben dus meer variatie op hun bord dan de Europese bidsprinkhaan, wat lokale ecosystemen kan verstoren. "Bovendien staan de Europese bidsprinkhanen ook zelf bij de Aziatische soort op het menu."

Bekijk: een Aziatische bidsprinkhaanvrouwtje peuzelt een Europees vrouwtje op

Foto Bron: Journal of Orthoptera Research

Volgens de onderzoekers zijn de Europese mannetjes in het bijzonder aangetrokken tot de Aziatische vrouwtjes. Maar dat eindigt niet best: uit hun onderzoek blijkt dat de Aziatische vrouwtjes de mannetjes vaak gewoon opeten.

Meer kinderen

Volgens Berx werken nog andere factoren de snelle voortplanting en verspreiding van de Aziatische bidsprinkhaan in de hand. Net als de Europese bidsprinkhaan leggen ze hun eieren in een soort schuimpakketje. "De eipaketten van de Aziatische bidsprinkhanen zijn tweemaal zo groot als van de Europese, dus daar komen tweemaal zoveel larven uit." Het gaat om tot wel 200 nimfen per eipakket. Bovendien zijn de larven onderling veel minder kannibalistisch dan bij de Europese variant. Er zijn een aantal diersoorten die de populatie wat onder controle kunnen houden.

Ook stedelijke omgevingen vormen een zegen voor de verspreiding van de Aziatische soorten. "Het is een dier dat zich redelijk goed thuisvoelt in steden. Steden zijn namelijk hitte-eilanden, waar gemiddeld de temperatuur altijd enkele graden hoger ligt dan op het platteland." Daar kunnen ze meteen ook profiteren van het uitgebreide 'buffet' van insectenhotels, die mensen bouwen om lokale insectenpopulaties te helpen.

Kat-en-bidsprinkhaanspel

"Er zijn een aantal diersoorten die de populatie wat onder controle kunnen houden", weet Berx. Volgens de Italiaanse wetenschappers zijn katten de toppredatoren van de bidsprinkhanen. Maar een effectieve, gerichte bestrijder zijn katten niet. Ook Europese hoornaars kunnen de bidsprinkhanen aanvallen. Maar of dat genoeg is, valt volgens Berx af te wachten. "De Aziatische bidsprinkhaan zit nu in Italië en de Balkan. Het gaat er nu van afhangen hoe snel het dier zal oprukken. Daar zal klimaatverandering ook wel een rol in spelen."

Rupsje van de Aziatische pedaalmot
Rupsje van de Aziatische pedaalmot (Bron: Carina Steenwinkel)

Match in de databank...

In 2019 werd een soortgelijke vlinder gevonden in de regio Parijs en omdat DNA-barcoding inmiddels populair was geworden, werd de barcode geanalyseerd en vergeleken met gegevens in de wereldwijde barcodedatabase BOLD. Dit leidde tot een match met Canadese exemplaren uit Vancouver die waren geïdentificeerd als de Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella. De Franse vinders registreerden deze soort daarom als nieuw voor Europa.

Zelfs als je ze zo naast elkaar ziet, is het moeilijk. A: Argyresthia sabinae, Canada. B. Argyresthia sabinae, China. C. Europese Argyresthia reticulata. D. Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella
Zelfs als je ze zo naast elkaar ziet, is het moeilijk. A: Argyresthia sabinae, Canada. B. Argyresthia sabinae, China. C. Europese Argyresthia reticulata. D. Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella (Bron: Jean-François Landry, Liu Tengteng, FinBOL)

...maar de databank zat fout

Toen Naturalis-onderzoeker Erik van Nieukerken foto's van de Canadese soort vergeleek met die van het holotype van A. freyella, zag hij echter grote verschillen in de uiterlijke kenmerken. Terwijl het type van A. freyella een duidelijke zwarte stip in de voorvleugeltip en een wit borststuk heeft (zie foto hierboven), hebben de exemplaren uit Vancouver geen van beide kenmerken. Ze konden dus geen A. freyella zijn en de exemplaren uit BOLD moesten verkeerd gedetermineerd zijn. Dit werd bij navraag bevestigd door de verzamelaar ervan, die alleen maar een voorlopige identificatie van deze exemplaren had gemaakt. Taxonomische expertise blijft dus onmisbaar in de tijd van barcodes voor soortherkenning!

Jeneverbessen

Terug naar de Nederlands-Franse pedaalmotten. Onze soort kan ook niet A. reticulata zijn – dat hadden de Franse onderzoekers dan weer wel goed in de gaten, op basis van grootte van de vlinder en de geslachtsorganen. Dit kan ook worden afgeleid uit de levenscyclus. De invasieve soort is een mineerder van Thuja en Juniperus, terwijl A. reticulata zich voedt met de bessen van Juniperus.

A. reticulata, gefotografeerd in Zwitserland
A. reticulata, gefotografeerd in Zwitserland (Bron: Microlepidoptera.nl)

Ondertussen werden ook de DNA-barcodes van exemplaren uit België en Nederland geanalyseerd, en deze komen overeen met de barcodes van de exemplaren uit Parijs en Vancouver. Het belang van de wereldwijde database van DNA-barcodes bleek vervolgens uit de bijna-match met enkele exemplaren uit China, Shandong. Die werden geanalyseerd door onderzoeker Liu Tengteng van de Shandong Normal University, die in zijn onderzoek naar pedaalmotten tot dan toe deze exemplaren niet definitief had kunnen determineren. Deze pedaalmotten werden gekweekt uit Platycladus orientalis en Juniperus chinensis.

Dus…

Op basis van morfologisch onderzoek hebben we vastgesteld dat de invasieve soort Argyresthia sabinae is, beschreven uit Japan, waar hij werd aangetroffen op Juniperus procumbens. 

Een wetenschappelijke publicatie over de verschillende pedaalmotten op drie continenten is in de maak. Maar aangezien we een naam nodig hadden voor deze soort voor een binnenkort te verschijnen boek over Nederlandse motten, en we niet willen dat de verkeerde namen blijvend worden gebruikt, presenteren we hier onze voorlopige conclusie over de identiteit. Als Nederlandse naam gebruiken we 'Aziatische pedaalmot' en niet langer de oude naam 'zuidelijke pedaalmot'.

De Aziatische pedaalmot leeft als larve in coniferenDe Aziatische pedaalmot leeft als larve in coniferen (Bron: Erik van Nieukerken)

Verspreiding en levenscyclus van Argyresthia sabinae

We hebben nu positieve waarnemingen met DNA-barcodegegevens uit Nederland, België, Frankrijk, Canada en Japan. De soort komt vooral veel voor in België en minder in Nederland. Voorlopig beschouwen we ook de Chinese exemplaren als behorend tot deze soort. De soort voedt zich blijkbaar met een aantal coniferen uit de cipressenfamilie: kruipjeneverbes (Juniperus procumbens) in Japan, Juniperus spec. in Belgie, Chinese jeneverbes (Juniperus chinensis) in China, oosterse levensboom (Platycladus orientalis) in China en westerse levensboom (Thuja occidentalis) in Nederland. De rups maakt in de winter mijnen in de naalden of bladeren, en verlaat de mijn tussen januari en maart om zich te verpoppen in een cocon op de plant of op de grond. De vlinders komen tevoorschijn van maart tot april – in de natuur werden ze gevonden van eind april tot half juni.

Waarschijnlijk heeft deze soort zich verspreid met zijn waardplanten, die op grote schaal over de hele wereld worden verscheept. Dit kan in de vorm van eitjes, larven of cocons zijn gebeurd. De soort heeft nergens voor problemen gezorgd en lijkt niet in hoge dichtheden voor te komen.

Meer informatie

Tekst: Erik J. van Nieukerken, Naturalis Biodiversity Center; Jean-François Landry, Canadian National Insect Collection; Liu Tengteng, Shandong Normal University; Sadahisa Yagi, Kyushu University; Tymo Muus, Microlepidoptera.nl
Met bijdragen van Nick Peeters, Dave Holden en Carina van Steenwinkel
Beeld: Jan Soors (leadfoto: Argyresthia sabinae); Carina Steenwinkel; Jean-François Landry; Liu Tengteng; FinBOL; Microlepidoptera.nl; Erik van Nieukerken