Spring naar inhoud

Een nieuwe studie laat zien dat meervallen bij het stuw- en sluizencomplex Lith tijdens de onderzoeksperiode vooral uitheemse rivierkreeften en Ponto-Kaspische grondels aten, terwijl trekvissen nauwelijks in het dieet voorkwamen. Ook blijkt dat meervallen slechts beperkte tijd bij het complex aanwezig waren en dat hun gedrag sterk samenhing met watertemperatuur en stuwbeheer.

Tussen oktober 2023 en augustus 2025 zijn 152 meervallen gevangen, waarvan het grootste deel kleiner was dan 80 centimeter. Door meervallen te merken en later opnieuw terug te vangen, konden de onderzoekers een inschatting maken van de populatiegrootte. Daaruit blijkt dat er in het studiegebied enkele honderden meervallen aanwezig zijn.

“We zien dat de meervalpopulatie bij Lith vooral uit kleinere vissen bestaat”, zegt ecoloog Jacco van Rijssel van Wageningen Marine Research. “Grote meervallen (groter dan 1,5 meter) zijn tijdens dit onderzoek weinig gevangen en ook niet vaak gesignaleerd met sonar. Dat betekent dat de potentiële predatiedruk op grotere trekvissen in deze periode beperkt was.”

Dieet: invasieve exoten dominant, trekvissen nauwelijks aangetroffen

Bij negentig meervallen werd onderzocht wat ze hadden gegeten. Bij 27 procent daarvan werd daadwerkelijk voedsel in de maag gevonden. Het dieet bestond overwegend uit uitheemse rivierkreeften en Ponto-Kaspische grondels. Meervallen bleken vaker te kiezen voor deze invasieve exoten, terwijl soorten zoals Chinese wolhandkrab veel minder in trek waren. Van de trekvissen werd slechts één aal van circa 35 centimeter in een maag aangetroffen.

Een aantal gevlekte Amerikaanse rivierkreeften uit de maaginhouden

Een aantal gevlekte Amerikaanse rivierkreeften uit de maaginhouden (Bron: Wageningen Marine Research)

“Dat sluit aan bij het beschikbare voedselaanbod rondom het complex”, zegt Jacco van Rijssel. “Tijdens het onderzoek kwamen maar weinig trekvissen voorbij, waaronder soorten die belangrijk zijn voor natuurbeleid. Daardoor hadden meervallen ook nauwelijks gelegenheid om daarop te jagen.”

Gedrag: meerval bleek weinig honkvast en volgde temperatuur en stuwbeheer

Van de dertig gezenderde meervallen leverden twintig dieren voldoende gegevens op voor analyse. Zeven van deze meervallen werden ook waargenomen in het benedenrivierengebied, tot 70 kilometer stroomafwaarts van Lith. Daarmee lieten zij zien dat deze soort minder honkvast is dan eerder werd aangenomen. De aanwezigheid van meerval bij het stuw- en sluizencomplex was het grootst in het voorjaar en de zomer en nam in de winter – wanneer veel dieren het gebied verlieten – sterk af. De watertemperatuur bleek daarbij de belangrijkste bepalende factor voor de aanwezigheid van meervallen bij het complex.

Benedenstrooms van het complex bleken sommige meervallen gevoelig te zijn voor het aan- en uitzetten van de waterkrachtcentrale. Tijdens deze schakelmomenten verplaatsten zij zich opvallend tussen de stuw en de waterkrachtcentrale. Zodra de centrale werd aangezet, weken deze dieren uit. Wanneer de centrale weer uit stond, keerden zij terug.

Meervallen zijn met reguliere vangmethoden moeilijk te onderzoeken. Voor dit onderzoek is daarom samengewerkt met beroeps- en sportvissers, en zijn er visvriendelijke technieken gebruikt om het dieet en gedrag van de dieren te bestuderen.

Kleine impact op trekvissen in deze periode – met belangrijke kanttekeningen

De impact van meerval op trekvissen was in deze studie beperkt. De onderzoekers benadrukken dat het lage aanbod aan trekvissen, het relatief kleine formaat van de meeste meervallen en het beperkte aantal waarnemingen van grote dieren betekenen dat predatie van trekvissen door grote meervallen niet kan worden uitgesloten. “Dit onderzoek geeft een beeld van het dieet en gedrag van meervallen bij één locatie”, zegt visecoloog Maximiliaan Claus van Waardenburg Ecology. “Omdat meervallen zich sterk aanpassen aan hun omgeving, kunnen de effecten elders of bij hogere aantallen trekvissen anders uitpakken.”

De onderzoekers wijzen erop dat meerval waarschijnlijk zal toenemen door warmere omstandigheden. Bij grotere aantallen meerval én trekvissen kan de kans op onderlinge interacties daardoor ook groeien, zoals in andere Europese wateren al is gezien.

Belangrijke kennisvragen over meerval blijven open

Het rapport identificeert meerdere open kennisvragen, waaronder:

  • meer inzicht in het gedrag en ruimtegebruik van meerval op de langere termijn;
  • beter inzicht in verspreiding en populatieontwikkeling in heel Nederland;
  • genetische herkomst van meervalpopulaties;
  • meer kennis over dieet en gedrag van grotere meervallen.

Over het onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Marine Research in samenwerking met Waardenburg Ecology en de Sportvisunie, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en Rijkswaterstaat.

  • Rapport: Gedrag en dieet van Europese meerval (Silurus glanis) rondom stuw- en sluiscomplex bij Lith in de Maas.

Tekst: Wageningen Marine Research

Frelons orientaux vormen een ernstige bedreiging voor de biodiversiteit, dankzij hun grotere kolonies en agressievere gedrag dan de frelons asiatiques. Deze insecten jagen op honingbijen en andere belangrijke soorten, wat leidt tot verstoringen in ecosystemen. Preventieve maatregelen zijn essentieel, waaronder het tijdig ontdekken en verwijderen van hun nesten, evenals het monitoren van hun aanwezigheid. Wetenschappelijk onderzoek naar effectieve bestrijdingsmethoden en educatie over hun impact zijn cruciaal om de lokale fauna te beschermen en de druk op bijenpopulaties te verlichten.

Frelons orientaux: Een ernstige bedreiging

Frelons orientaux zijn de laatste jaren een groeiende zorg voor zowel milieuactivisten als agrariërs. Ze zijn niet alleen agressiever dan hun oosterse tegenhangers, de frelons asiatiques, maar stellen ook een serieuzere bedreiging voor de biodiversiteit. Deze insecten vormen een gevaar voor de balans in ecosystemen, aangezien ze jagen op honingbijen en andere nuttige insecten. Hun schrikbarende vermogen om kolonies te vormen, waarbij deze groter en sterker zijn dan die van de frelons asiatiques, maakt de situatie nog nijpender.

Uitdagingen bij bestrijding

Het bestrijden van frelons orientaux is een complexe aangelegenheid. Hun agressieve gedrag maakt het voor mensen moeilijk om veilig in de nabijheid van hun nesten te werken. Bovendien hebben zij een snellere reproductiecyclus, waardoor hun aantallen razendsnel kunnen toenemen. Dit verhoogt de urgentie voor vroegtijdige opsporing en effectieve bestrijding.

Impact op ecosystemen

De invloed van frelons orientaux reikt verder dan alleen hun directe aanval op bijenpopulaties. Hun aanwezigheid verstoort hele ecosystemen, wat een domino-effect kan hebben op andere flora en fauna. De gevolgen zijn wijdverspreid en kunnen het landschap van biodiversiteit ernstig aantasten. Het is van groot belang om deze impact serieus te nemen en actie te ondernemen voordat het te laat is.

Preventie en monitoring

Preventie is cruciaal in de strijd tegen de opmars van frelons orientaux. Het ontdekken en verwijderen van nesten moet prioriteit hebben. Daarnaast is het belangrijk om beschermende kleding te dragen bij het werken rond hun habitats, om ongevallen te voorkomen. Monitoring van het milieu voor vroege signalen van hun aanwezigheid helpt om snel te reageren en de schade te minimaliseren.

Onderwijs en samenwerking

Educatie speelt een essentiële rol bij het bestrijden van deze dreiging. Mensen moeten zich bewust zijn van de impact die frelons op lokale fauna hebben. Daarnaast is het versterken van bijenpopulaties cruciaal, zodat deze kunnen weerstaan aan de druk van predatie van frelons orientaux. Samenwerking tussen wetenschappers, beleidsmakers en lokale gemeenschappen is noodzakelijk om effectieve bestrijdingsmethoden te ontwikkelen en de bedreiging van frelons orientaux te verminderen.

Onderzoek naar bestrijdingsmethoden

Ten slotte is er dringend behoefte aan wetenschappelijk onderzoek gericht op het ontwikkelen van nieuwe, effectieve bestrijdingsmethoden. Alleen door middel van gestructureerde interventies kan men hopen de schade te minimaliseren en de culinaire en ecologische balans te bewaren. Het beschermen van onze biodiversiteit en het waarborgen van een gezonde omgeving voor toekomstige generaties hangt af van onze acties vandaag.