Spring naar inhoud

In het ED (21 mei) in het artikel over de stierkikker werd naar de hoornaar verwezen als ‘een plaag voor imkers’. Je hoeft geen deskundige te zijn om deze insteek gevaarlijk maar ook buitengewoon onvolledig en onnadenkend te noemen. De bij is geen hobby van zondagse dametjes met smokvormige hoeden. En ook zeker niet enkel de leverancier van die heerlijke pot honing op de keukentafel. De bij is een onmisbare schakel in de voedselketen van de mens. Een zeer groot gedeelte van alles wat wij eten, is afhankelijk van bestuiving door bijen. Zonder bij, geen oogst.

De Hoornaar heeft één specialiteit: bijen vangen. Hij posteert zich voor de bijenkast, onderschept terugkerende foragers en doodt ze met chirurgische efficiëntie door de kop en vleugels af te bijten. Eén enkel hoornaarnest kan dagelijks tientallen bijen per uur doden. Eén nest volstaat om een bijenvolk zo ernstig te verzwakken dat het de winter niet overleeft. En de hoornaar verspreidt zich razendsnel. De gevolgen van een verdere decimering van de bijenpopulatie zijn niet hypothetisch. Ze zijn becijferd. De economische waarde van bestuiving door insecten in Europa wordt geschat op tientallen miljarden euro’s per jaar. Een samenleving die haar bestuivers verliest, verliest haar voedselzekerheid. Niet op termijn. Op relatief korte termijn.

De stelling dat de strijd niet meer te winnen is, is pertinent onjuist. Vroege opsporing, gecoördineerde bestrijding en bewustwording bij gemeenten en provincies zijn essentieel. In Vlaanderen bestaat al jaren een meldpunt en bestrijdingsprotocol. Nederland loopt achter. We moeten ophouden met de hoornaar te presenteren als een ongemak voor een niche en hem benoemen voor wat hij is: een ecologische bedreiging met directe gevolgen voor wat er morgen op ons bord ligt.

Tientallen miljoenen rode kreeften zwemmen in de Nederlandse sloten. Ze vormen een plaag en de natuur lijdt er flink onder. Zo erg dat het leven uit sloten verdwijnt. Als ingrijpen uitblijft, worden sloten in West-Nederland "een decor zonder spelers". Bezorgd kijkt René Garskamp over een sloot in het kleine Utrechtse natuurgebied Sonsbrug. Hij is boswachter voor zowel het Zuid-Hollands Landschap als het Utrechts Landschap. De sloot waar hij over kijkt is leeg, zoals je op de foto hieronder kunt zien. Er is alleen een modderige bodem te zien. "Het wordt een decor zonder spelers", zegt hij.

Beeld: Job van der Plicht

Op het oog is het alsof dat decor een prachtige oud-Hollandse ansichtkaart is: hooilanden vol bloemen en een rij knotwilgen langs de sloot. Maar in die sloot is het stil. Er zwemmen geen vissen, salamanders of waterinsecten. Ook ontbreekt het geluid van kikkers. Tot een jaar of vijf geleden zat de sloot nog vol leven. De sloot zou nu dichtgegroeid moeten zijn met waterplanten. Er zouden snoeren van paddeneitjes aan vast moeten zitten en waterinsecten, vissen, kikkers en salamanders zouden in de sloot moeten leven. Maar de sloot is leeg. "Er groeien alleen nog maar algen", vertelt Garskamp somber. De dader is dus de Amerikaanse rivierkreeft. De kreeften zijn massaal aanwezig in de waterrijke delen van Nederland. "En ze vreten alles op", zegt Garskamp. "Ik maak me echt grote zorgen."

Kreeften knippen en graven veel kapot

Garskamp is niet de enige. Vooral in het westen van Nederland zitten natuurbeheerders en waterschappen met de kreeften in de maag. Het gaat om verschillende soorten kreeften uit Noord-Amerika, die vaak op een hoop worden geveegd tot rode Amerikaanse rivierkreeft. Enkele decennia geleden werden ze voor het eerst in de natuur gezien, waarschijnlijk doordat ze zijn ontsnapt of uitgezet. De kreeften konden zich massaal verspreiden, doordat ze in eerste instantie geen natuurlijke vijanden kenden en tot wel zeshonderd jonge kreeftjes per keer kunnen krijgen. Exacte cijfers zijn er niet, maar naar schatting gaat het inmiddels om tientallen miljoenen kreeften, verspreid over de waterrijke delen van Nederland.

Met hun gewoel en gegraaf maken ze heldere sloten troebel. Veel diersoorten kunnen daardoor niet overleven. Als ze al niet opgegeten worden door de kreeften. Want de Amerikaanse rivierkreeft eet zo ongeveer alles wat op zijn pad komt. Visjes, eitjes van kikkers, padden en salamanders en ze knippen waterplanten stuk. Krabbenscheer is bijvoorbeeld een van de waterplanten die verdwijnen door het geknip van de kreeften.

De plant had het al moeilijk door water dat niet overal even schoon is. Verschillende libellensoorten zijn dan weer afhankelijk van krabbenscheer. En de kreeften graven ook nog eens holletjes in de oevers van sloten, die daardoor instabiel worden, zoals je op onderstaande foto ziet.

Beeld: Zuid-Hollands Landschap

Onenigheid over betalen van rekening

Waterschappen maken zich daarom al langer grote zorgen over de aanwezigheid van de kreeften. Inmiddels kun je weleens een meeuw, fuut of reiger zien die een Amerikaanse rivierkreeft eet. Maar het zijn er zoveel dat er voor andere dieren niet tegenop te eten is. Verschillende waterschappen zijn pilots gestart om te kijken wat de effectiefste manier is om de kreeften te vangen. Maar een centrale aanpak is er niet.

Bovendien is de vraag wie het vangen moet betalen. Het Hoogheemraadschap van Delfland is dit jaar begonnen met het vangen van de Amerikaanse rivierkreeft op uiteindelijk 170 plekken. Dat kost 13 miljoen euro. Het hoogheemraadschap vindt dat het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat bedrag moet betalen, maar daar zijn ze het in Den Haag niet mee eens. "We moedigen grootschalig vangen aan, maar de kosten ervan liggen bij het waterschap", zegt een woordvoerder.

Beeld: Zuid-Hollands Landschap/Ruben Ariaans

'Zorgen over voortbestaan padden en salamanders'

De discussie over wie het kreeftenprobleem moet oppakken speelt al langer. Voor de zomer hoopt het ministerie met een plan te komen waarin de verantwoordelijkheden duidelijker verdeeld zijn. Daarnaast moeten nieuwe regels het makkelijker maken om de kreeften te vangen. Nu mogen alleen professionele vissers de kreeften vangen. Medewerkers van waterschappen mogen dat alleen met een ontheffing. Dat betekent dat als bijvoorbeeld muskusrattenvangers ook kreeften vangen, ze de kreeften weer vrij moeten laten. Nieuwe regels moeten die voorwaarden versoepelen.

Boswachter Garskamp vindt dat het daar hoog tijd voor wordt. "We zijn al veel te laat. Ik maak me grote zorgen over het voortbestaan van de gewone pad, heikikker en kamsalamander. Dat zijn soorten die karakteristiek zijn voor het Nederlandse landschap." Omdat er al zoveel Amerikaanse rivierkreeften zijn en omdat ze zich snel vermenigvuldigen, is uitroeien een lastige klus. "We moeten vangen, vangen, vangen. Als we hoeveelheid eerst eens terugbrengen, dan stort zo'n populatie in", zegt Garskamp. Of het uiteindelijk lukt alle kreeften uit de sloot te vissen is de vraag. "Maar er moet in ieder geval een wil zijn. Ik heb het idee dat die nu ontbreekt."