Spring naar inhoud

In Zuid-Frankrijk, dicht bij de populaire badplaats Saint-Tropez, is de agressieve 'elektrische mier' gesignaleerd. Wie wordt gestoken, voelt iets wat lijkt op een elektrische schok (vandaar de bijnaam), en kan veel klachten krijgen.

'Elektrische mier' maakt opmars in Zuid-Europa: 'Intens pijnlijke steek'
De dwergvuurmier

Hij is nog geen 2 millimeter groot, maar de steek van de mier is 'intens pijnlijk', kan voor hevige zwellingen zorgen en veroorzaakt een branderig gevoel, zo staat op de site van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) te lezen. "Ook kan de steek onomkeerbaar hoornvliesletsel veroorzaken, wat bij mensen tot blindheid kan leiden." De Franse overheid heeft daarom ook besloten om langs de Middellandse Zee – waar doorgaans in de zomer veel toeristen komen - speciale bestrijdingsmiddelen in te zetten om het insect uit te roeien, zo schrijven Franse nieuwsmedia.

Opmars

Jinze Noordijk, entomoloog bij EIS Kenniscentrum Insecten in Leiden, noemt de ontdekking van de mier (wetenschappelijke naam: Wasmannia auropunctata) in Zuid-Frankrijk 'opvallend', maar niet compleet nieuw. "Het is alleen niet de eerste vondst in dat land. En in 2020 is de mier in Spanje gezien, en op Cyprus. Dus het lijkt erop dat er sprake is van een opmars in Europa." Oorspronkelijk komt het insectje uit Centraal- en Zuid-Amerika. De dwergvuurmier, zoals hij officieel wordt genoemd in Nederland, kruipt (nog) niet in ons land rond. Noordijk: "We kennen ze alleen van vondsten tussen geïmporteerde goederen. En het kan zijn dat ze als huisdier worden gehouden door liefhebbers." Er zijn insecten-fans die graag bijzondere mieren bestuderen, en ze om die reden thuis houden.  

Op de zwarte lijst

Maar dat is met deze miersoort eigenlijk verboden. Om te voorkomen dat de mier zijn leefgebied uitbreidt, staat hij namelijk sinds 2022 op een Europese lijst met schadelijke exotische planten en dieren. Dat betekent dat de mier niet in Nederland of andere Europese landen mag worden gehouden, verkocht, gekweekt of vervoerd. Buiten overleeft de mier hier niet, omdat het Nederlandse weer (nu nog) te koud voor hem is. Maar het insect zou hier volgens Noordijk wel kunnen overleven in kassen of in gebouwen die, zo zegt de NVWA, 'permanent verwarmd' worden. In gebouwen zijn de mieren in staat om meubilair en voedsel aan te tasten. De dwergvuurmier is overigens niet de enige miersoort die bezig is met een opmars richting Zuid-Europa: ook de rode vuurmier en de Aziatische staafmier zijn onderweg. Beide mieren hebben, net als de dwergvuurmier, een heel pijnlijke steek. 

Het lijkt misschien alsof deze halsbandparkieten alleen maar de bloesemblaadjes plukken en laten vallen, maar als je goed kijkt zie je dat ze kleine stukjes opeten. “Deze halsbandparkiet is aan het smullen van de bloesemblaadjes,” schrijft Annet Piet. De groene vogel steekt af tegen de blauwe lucht en is omringd door honderden bloemen.

Ook Tineke Schraal filmt een halsbandparkiet in een zee van lichtroze bloesem. Ze schrijft: “De soort komt oorspronkelijk uit India en Centraal-Afrika. De populatie in Nederland is ontstaan door ontsnapte of vrijgelaten vogels tijdens de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw.”

Wanneer de lente begint zie je halsbandparkieten regelmatig bloesem eten. Jonge knoppen en bloesem zijn extra voedzaam omdat deze jonge weefsels nog weinig gifstoffen bevatten en vaak al vol suikers zitten. In de zomer lijkt de soort zichzelf prima te redden en eten ze allerlei zaden en vruchten die in de natuur te vinden zijn. Dan kunnen de vogels ook in gebieden buiten de Randstad worden aangetroffen. In de winter zijn ze echter meer beperkt tot de grote steden, waar ze dan volop gebruik maken van voedertafels.

Stadsvogels

De halsbandparkiet is de meest algemene, verwilderde papegaaiachtige in Nederland. De soort komt in Nederland voornamelijk voor in het stedelijk gebied. Met name in de Randstad, met de grootste populaties in Amsterdam en Den Haag. De vogels zijn hier voornamelijk te vinden in stadsparken en tuinen.

In 1968 broedden er voor het eerst halsbandparkieten in het wild in Nederland. Sindsdien zijn de aantallen aanzienlijk gestegen: in 1968 waren er misschien enkele tientallen vrijvliegende halsbandparkieten, nu zijn dat er enkele duizenden. In de winter van 2024-2025 werden op 72 slaapplaatsen zo’n 28.000 halsbandparkieten geteld.