Spring naar inhoud

BRON: GEMEENTE ROERMOND / 24 februari 2026

Nu de buitentemperaturen oplopen en de natuur weer tot leven komt, zien we de eerste insecten weer rondvliegen. Ook de koningin van de Aziatische hoornaar (Vespa velutina) is uit haar winterrust ontwaakt. Daarom roept de gemeente Roermond op om deze invasieve exoot beheersbaar te houden.

Aziatische hoornaar: de zoveelste ernstige bedreiging voor onze insecten

Het gaat al jarenlang erg slecht met Nederlandse insecten. De combinatie van intensieve en eenzijdige landbouw, weinig voedsel voor insecten, minder ruimte voor natuur, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, stikstof en klimaatverandering bedreigen de bestuivers.

De laatste jaren komt daar de bedreiging van de Aziatische hoornaar bovenop. Een nest Aziatische hoornaars consumeert in één seizoen gemiddeld 11 kilo insecten, wat neerkomt op ongeveer 100.000 beestjes. De imkerij, fruitteelt, zaadteelt en tuinbouwbedrijven lijden hieronder.

Daarnaast ervaart het publiek veel overlast van de aanwezigheid van de Aziatische hoornaar, vooral wanneer nesten laag hangen. Aziatische hoornaars zijn zeer defensief in het verdedigen van hun nest, wat kan leiden tot talrijke steken.
Rond deze tijd van het jaar wordt het eerste (‘embryo’) nestje gemaakt, op een beschutte plaats (vogelhuisje, onder een afdak, in schuurtjes, een houthok of aan de dakrand). Deze nestjes zien eruit als een kleine lichtbruine bol ter grootte van een pingpongballetje. De nestjes lijken onschuldig, maar later in het seizoen veroorzaken ze veel overlast. Daarom is het belangrijk dat deze nestjes verwijderd worden vóór de eerste werksters worden geboren. Doe dit niet zelf, maar maak een melding.

Help mee!  

Hierbij een aantal tips om de Aziatische hoornaar beheersbaar te houden en de schade te beperken:

Maak een foto en meld deze via: Waarneming.nl

Hoornaarnestje gezien?

Maak een melding via:

Het verwijderen van deze nestjes is gratis.

Meer informatie over de Aziatische hoornaar vind je op https://imkerijdebijdrage.nl/aziatische-hoornaar/

Herkenning

De Aziatische hoornaar is 2,5 tot 3 cm groot en te herkennen aan een zwart borststuk, gele uiteinden van de poten en één brede geel-oranje band op het achterlijf. De Europese hoornaar is met 3 tot 3,5 cm groter dan de Aziatische hoornaar en heeft een roodbruin borststuk, roodbruine poten en een overwegend geel achterlijf. De Europese hoornaar is inheems en hoeft niet gemeld of bestreden te worden.

Rupsje van de Aziatische pedaalmot
Rupsje van de Aziatische pedaalmot (Bron: Carina Steenwinkel)

Match in de databank...

In 2019 werd een soortgelijke vlinder gevonden in de regio Parijs en omdat DNA-barcoding inmiddels populair was geworden, werd de barcode geanalyseerd en vergeleken met gegevens in de wereldwijde barcodedatabase BOLD. Dit leidde tot een match met Canadese exemplaren uit Vancouver die waren geïdentificeerd als de Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella. De Franse vinders registreerden deze soort daarom als nieuw voor Europa.

Zelfs als je ze zo naast elkaar ziet, is het moeilijk. A: Argyresthia sabinae, Canada. B. Argyresthia sabinae, China. C. Europese Argyresthia reticulata. D. Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella
Zelfs als je ze zo naast elkaar ziet, is het moeilijk. A: Argyresthia sabinae, Canada. B. Argyresthia sabinae, China. C. Europese Argyresthia reticulata. D. Noord-Amerikaanse Argyresthia freyella (Bron: Jean-François Landry, Liu Tengteng, FinBOL)

...maar de databank zat fout

Toen Naturalis-onderzoeker Erik van Nieukerken foto's van de Canadese soort vergeleek met die van het holotype van A. freyella, zag hij echter grote verschillen in de uiterlijke kenmerken. Terwijl het type van A. freyella een duidelijke zwarte stip in de voorvleugeltip en een wit borststuk heeft (zie foto hierboven), hebben de exemplaren uit Vancouver geen van beide kenmerken. Ze konden dus geen A. freyella zijn en de exemplaren uit BOLD moesten verkeerd gedetermineerd zijn. Dit werd bij navraag bevestigd door de verzamelaar ervan, die alleen maar een voorlopige identificatie van deze exemplaren had gemaakt. Taxonomische expertise blijft dus onmisbaar in de tijd van barcodes voor soortherkenning!

Jeneverbessen

Terug naar de Nederlands-Franse pedaalmotten. Onze soort kan ook niet A. reticulata zijn – dat hadden de Franse onderzoekers dan weer wel goed in de gaten, op basis van grootte van de vlinder en de geslachtsorganen. Dit kan ook worden afgeleid uit de levenscyclus. De invasieve soort is een mineerder van Thuja en Juniperus, terwijl A. reticulata zich voedt met de bessen van Juniperus.

A. reticulata, gefotografeerd in Zwitserland
A. reticulata, gefotografeerd in Zwitserland (Bron: Microlepidoptera.nl)

Ondertussen werden ook de DNA-barcodes van exemplaren uit België en Nederland geanalyseerd, en deze komen overeen met de barcodes van de exemplaren uit Parijs en Vancouver. Het belang van de wereldwijde database van DNA-barcodes bleek vervolgens uit de bijna-match met enkele exemplaren uit China, Shandong. Die werden geanalyseerd door onderzoeker Liu Tengteng van de Shandong Normal University, die in zijn onderzoek naar pedaalmotten tot dan toe deze exemplaren niet definitief had kunnen determineren. Deze pedaalmotten werden gekweekt uit Platycladus orientalis en Juniperus chinensis.

Dus…

Op basis van morfologisch onderzoek hebben we vastgesteld dat de invasieve soort Argyresthia sabinae is, beschreven uit Japan, waar hij werd aangetroffen op Juniperus procumbens. 

Een wetenschappelijke publicatie over de verschillende pedaalmotten op drie continenten is in de maak. Maar aangezien we een naam nodig hadden voor deze soort voor een binnenkort te verschijnen boek over Nederlandse motten, en we niet willen dat de verkeerde namen blijvend worden gebruikt, presenteren we hier onze voorlopige conclusie over de identiteit. Als Nederlandse naam gebruiken we 'Aziatische pedaalmot' en niet langer de oude naam 'zuidelijke pedaalmot'.

De Aziatische pedaalmot leeft als larve in coniferenDe Aziatische pedaalmot leeft als larve in coniferen (Bron: Erik van Nieukerken)

Verspreiding en levenscyclus van Argyresthia sabinae

We hebben nu positieve waarnemingen met DNA-barcodegegevens uit Nederland, België, Frankrijk, Canada en Japan. De soort komt vooral veel voor in België en minder in Nederland. Voorlopig beschouwen we ook de Chinese exemplaren als behorend tot deze soort. De soort voedt zich blijkbaar met een aantal coniferen uit de cipressenfamilie: kruipjeneverbes (Juniperus procumbens) in Japan, Juniperus spec. in Belgie, Chinese jeneverbes (Juniperus chinensis) in China, oosterse levensboom (Platycladus orientalis) in China en westerse levensboom (Thuja occidentalis) in Nederland. De rups maakt in de winter mijnen in de naalden of bladeren, en verlaat de mijn tussen januari en maart om zich te verpoppen in een cocon op de plant of op de grond. De vlinders komen tevoorschijn van maart tot april – in de natuur werden ze gevonden van eind april tot half juni.

Waarschijnlijk heeft deze soort zich verspreid met zijn waardplanten, die op grote schaal over de hele wereld worden verscheept. Dit kan in de vorm van eitjes, larven of cocons zijn gebeurd. De soort heeft nergens voor problemen gezorgd en lijkt niet in hoge dichtheden voor te komen.

Meer informatie

Tekst: Erik J. van Nieukerken, Naturalis Biodiversity Center; Jean-François Landry, Canadian National Insect Collection; Liu Tengteng, Shandong Normal University; Sadahisa Yagi, Kyushu University; Tymo Muus, Microlepidoptera.nl
Met bijdragen van Nick Peeters, Dave Holden en Carina van Steenwinkel
Beeld: Jan Soors (leadfoto: Argyresthia sabinae); Carina Steenwinkel; Jean-François Landry; Liu Tengteng; FinBOL; Microlepidoptera.nl; Erik van Nieukerken